Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-12-22
ECLI:NL:RBDHA:2023:21971
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,775 tokens
Inleiding
Rechtbank DEN HAAG
Team belastingrecht
zaaknummer: SGR 23/1386
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
22 december 2023 in de zaak tussen
[eiseres] , gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres(gemachtigde: [naam 1] ),
en
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
De uitspraak van verweerder van 13 februari 2023 op het bezwaar van eiseres tegen de hierna onder 4 vermelde intrekkingsbeschikking.
Zitting
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 december 2023.
Namens eiseres is haar gemachtigde verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [naam 2] , mr. [naam 3] en [naam 4] .
Dictum
De rechtbank:
verklaart het beroep ongegrond;
en wijst het verzoek om een dwangsom af.
Overwegingen
1. Eiseres is op 6 december 2013 opgericht en met ingang van die datum aangemerkt als een Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI).
2. In het Beleidsplan is het volgende opgenomen:
“[Eiseres] heeft van een fysieke locatie in Nederland afscheid genomen. Ook hebben we afscheid genomen van onze spreekbussen. Dit omdat we afscheid hebben genomen van het voor de schermen politiek actief zijn. Wel proberen wij in Europees verband samenwerking te zoeken omdat wij vinden dat ook op Europees niveau de inwoners in grote lijnen genegeerd worden. Het vertrouwen is geschaad en de meeste overheidsinstanties zijn niet in staat om open en transparant te zijn. Voor onze Europese vergaderingen hebben wij een locatie geschonken gekregen met dien verstande dat [eiseres] opdraait voor de lasten ervan.
(...)
[Eiseres] is opgericht met als doel de lokale politiek een stimulance te geven. [Eiseres] heeft nadat zij zelf actief heeft meegedaan met de verkiezingen gekozen een ander pad te bewandelen. In plaats van zelf op de voorgrond te staan steunen wij mensen die graag een verandering willen brengen in hun leefomgeving. Wij helpen deze mensen met het realiseren van die verandering. Dat hoeft niet perse via de politiek te gaan. [Eiseres] is inmiddels de veroorzaker van diverse lokale bewegingen.
(...)
Waarin helpen wij dan?
Het begint met het vraagstuk wie vertegenwoordig je? Zodra de koppies dezelfde kant op staan en er beseft wordt dat je inwoners vertegenwoordigt en niet een partij kunnen wij helpen met het beginnen van scherpe vragen te stellen aan de overheidsinstanties. Vervolgens de opinie voor de partij te winnen door te demonstreren, flyeren, social media goed te gebruiken. Allemaal op het niveau dat de partij nodig heeft. Vervolgens zullen we je in alle stappen helpen tot het oprichten van een zelfstandige partij. Dit zijn sinds 2018 onze hoofdactiviteiten.”
3. Met dagtekening 24 oktober 2022 heeft verweerder bij beschikking de ANBI-status van eiseres met terugwerkende kracht tot 23 maart 2018 ingetrokken (de intrekkingsbeschikking).
4. Tussen partijen is in geschil of de intrekkingsbeschikking terecht is. Verder verzoekt eiseres om een dwangsom.
De intrekkingsbeschikking
5. Om als ANBI te kunnen worden aangemerkt moet een instelling, niet zijnde een vennootschap met in aandelen verdeeld kapitaal, een coöperatie, een onderlinge waarborgmaatschappij of een ander lichaam waarin bewijzen van deelgerechtigdheid kunnen worden uitgegeven, aan een aantal voorwaarden voldoen. Eén van deze voorwaarden is dat die instelling uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt. Een instelling dient zowel statutair als feitelijk rechtstreeks het algemeen nut te beogen. Dat wil zeggen dat de werkzaamheden rechtstreeks erop zijn gericht het algemeen belang te dienen (de kwalitatieve eis) en de werkzaamheden dienen voor ten minstens negentig percent het algemeen belang te dienen (de kwantitatieve eis). In de hiervoor weergegeven voorwaarden ligt besloten de eis dat de desbetreffende instelling haar werkzaamheden richt op het dienen van voldoende concreet bepaalde doelen die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend tot het algemeen nut kunnen worden gerekend. De kwantitatieve eis houdt in dat de werkzaamheden feitelijk ook uitsluitend of nagenoeg uitsluitend (90%) dit algemeen belang moeten dienen en niet een particulier belang. De nadruk bij deze laatste eis ligt op de uitgaven, op de bestedingen van een instelling.
6. Ter onderbouwing van de intrekking van de ANBI-status heeft verweerder gemotiveerd gesteld dat eiseres sinds 23 maart 2018 niet meer aan het zogenoemde beschikkingsmachtcriterium voldoet omdat sinds die datum enkel de gemachtigde als bestuurder stond ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, dat eiseres niet voldoet aan de wettelijke voorwaarden ten aanzien van het voeren van een administratie, dat zij niet (volledig) voldoet aan de inlichtingenplicht en dat niet is gebleken dat de instelling uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen belang dient.
7. De bewijslast dat eiseres kwalificeert als ANBI ligt bij eiseres. Ter onderbouwing van haar stelling dat hiervan sprake is heeft eiseres het volgende geschreven/aangevoerd:
“- Van oorsprong is [eiseres] een lokale politieke partij. Aangezien [eiseres] in 2018 niet wederom een zetel bemachtigd heeft is er voor gekozen om gedurende de volgende vier jaren niet stil te zitten maar andere mensen te helpen met het politiek bedrijven. [Eiseres] heeft ook ingezien dat bepaalde doelstellingen op lokaal niveau niet te verwezenlijken zijn en heeft zich daarom gericht tot de Europese politiek.
- Zoals aangegeven is [eiseres] met name achter de schermen actief geweest. Door corona is er bewust gezocht naar een locatie waar we terecht kunnen zonder veel pottenkijkers. Die hebben wij gevonden en gedoneerd gekregen. Het is voor ons niet helder waarom het uitgaven patroon niet strookt met de nieuwe koers. Alle gelden zijn gedoneerd aan andere ANBI stichtingen. Er zijn belkosten, onkostenvergoedingen, vrijwilligersvergoedingen, vergaderkosten en transportkosten ten laste van [eiseres] in rekening gebracht. [Eiseres] is nog steeds een actieve politieke organisatie alleen is de vraag hoeveel ziet u er van. Wanneer gaat u er iets van merken? Wij hebben geleerd van hoe het kan gaan en dragen dat over. In die zin is [eiseres] een hulp voor degene die ook de lokale politiek in willen. [Eiseres] heeft gezien dat bepaalde doelstellingen niet lokaal te verwezenlijken zijn en heeft zich daarom gericht tot de Europese politiek. Dergelijke plannen kosten tijd.
- [ Eiseres] is gezamenlijk met CORE net als de afgelopen jaren op campagne geweest. Met spreekwagens wordt door het hele land en ook daarbuiten met mensen het gesprek aangegaan. Uiteindelijk is het doel geweest om te wachten tot de dwangsomdiscussie was afgesloten om vervolgens [eiseres] volledig te laten fuseren met CORE. (…) Wij vragen om te beginnen regelmatig informatie op bij overheidsorganisaties. Wij schrijven naar overheidsorganisaties. Wij voeren campagnes over onze standpunten en wij voeren ook regelmatig acties uit om aandacht te vragen voor onze standpunten. Daarnaast helpen wij organisaties die dezelfde wensen hebben.
- Eind 2019 hebben we in België een basis gekregen zodat we niet meer constant heen
en weer hoeven te rijden en constant een locatie moesten huren. Dit gaf ons de
mogelijkheid om langer en verder politiek te bedrijven in Brussel. Lobbyen,
demonstreren, de straat opgaan om ons evangelie te verkondigen. Maar ook zijn we
door gegaan met andere mensen te helpen met hun politieke ambities. Voor 2020 is
er ook een spreekbus en een spreekauto bijgekomen.”
8. Ter zitting heeft eiseres nog gesteld dat zij heeft meegedaan aan verkiezingen in Haarlemmermeer en dat zij een niet-actieve gelden-wervende organisatie voor stichting CORE is geworden.
9. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres niet aan de op haar rustende bewijslast voldaan. Uit de door eiseres overgelegde stukken kan niet worden opgemaakt dat de werkzaamheden van eiseres voor ten minste 90% het algemeen nut dienden in de zin van artikel 5b, derde lid, van de AWR. De enkele stellingen dat dit zo is, zijn niet afdoende. De door eiseres overgelegde administratie geeft verder onvoldoende inzicht in de aard en omvang van de door haar gedane bestedingen, zodat ook niet aannemelijk is gemaakt dat is voldaan aan de eis dat ten minste 90% van de uitgaven aan het algemeen nut zijn besteed. In dit kader heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat de bankrekening van eiseres tevens is gebruikt voor activiteiten van Stichting TREE en eiseres heeft zelf de bankrekening van stichting CORE gebruikt. Uit de door eiseres overgelegde overzichten van de door haar ontvangen inkomsten en gedane uitgaven kan daarnaast in de meeste gevallen niet worden opgemaakt waaraan het geld is besteed.
Conclusie
15. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om een dwangsom afgewezen.
16. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.G. Scholten, rechter, in aanwezigheid van
mr. S.R.M. Dekker, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
22 december 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht).
Dat kan digitaal via www.rechtspraak.nl, daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.
Bij het instellen van het hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1 - bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het hogerberoepschrift is, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend.
Verder vermeldt u ten minste het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de datum van verzending;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Artikel 5b, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR).
Hoge Raad 22 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW0955 en Hoge Raad 13 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BQ0525. Zie ook r.o. 2.3.3 van ECLI:NL:HR:2016:695.
ECLI:NL:HR:2017:1237 en Tweede Kamer, nota naar aanleiding van het verslag, nr. 35.437, nr. 7, blz. 19.
Artikel 1a, eerste lid, onderdeel c, van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen.