Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-12-08
ECLI:NL:RBDHA:2023:21817
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
748 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.38149
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. P.L.M. Stieger),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Bij besluit van 1 november 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen, omdat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep (NL23.34629) ingesteld.
Bij brief van 29 november 2023 heeft verweerder aangezegd dat verzoeker op 11 december 2023 feitelijk overgedragen zal worden aan de Poolse autoriteiten.
Verzoeker heeft de voorzieningenrechter vervolgens verzocht om een voorlopige voorziening (NL23.38149) te treffen, teneinde het bestreden besluit te schorsen, zodat verzoeker de uitspraak op het beroep in Nederland mag afwachten.
Verweerder heeft op 6 december 2023 aangegeven zich niet tegen toewijzing van dit verzoek om een voorlopige voorziening te verzetten.
Beoordeling
1. De voorzieningenrechter doet in deze zaak op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Nu verweerder zich niet verzet tegen toewijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening, teneinde het bestreden besluit te schorsen en verzoeker toe te staan de uitspraak op het beroep in Nederland af te wachten, zal de voorzieningenrechter dit verzoek als kennelijk gegrond toewijzen. Dit betekent dat verzoeker in ieder geval niet aan Polen mag worden overgedragen totdat de rechtbank uitspraak heeft gedaan op het beroep (NL23.34629). Partijen zullen zo spoedig mogelijk een uitnodiging krijgen voor de mondelinge behandeling van dit beroep op zitting.
3. Er bestaat in dit geval aanleiding om verweerder in te proceskosten te veroordelen. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpr) vast op een bedrag van € 837,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 837,-, wegingsfactor 1). Verweerder dient dit bedrag te betalen aan de gemachtigde van verzoeker.
Dictum
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om de voorlopige voorziening toe;
- schorst het bestreden besluit, in zoverre dat verzoeker niet aan Polen mag worden overgedragen, totdat de rechtbank uitspraak heeft gedaan op het beroep;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 837,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. D. Biever, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.J.J. Roks, griffier.
Dictum
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Op grond van artikel 30, eerste lid van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).