Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-11-30
ECLI:NL:RBDHA:2023:21491
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,233 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.36590
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. S. Benayad),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: H. Toonders).
Procesverloop
Verweerder heeft op 17 maart 2023 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
Vervolgens heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.
Overwegingen
1. Eiser stelt van Marokkaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [1993] .
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 6 november 2023 (in de zaak NL23.33717) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek.
4. Eiser voert aan dat er geen zicht op uitzetting is. Eiser verblijft momenteel bijna negen maanden in bewaring zonder uitgezet te zijn naar Marokko. Er is tot op heden geen reactie gekomen op de aanvraag van een laissez passer (lp). Daar komt nog bij dat sinds de heftige aardbeving in Marokko het aantal afgegeven lp’s zeer minimaal zijn. In de tussentijd duurt de bewaring wel voort en begint het belang van eiser om vrijgelaten te worden zwaarder te wegen. Gelet hierop is eiser van oordeel dat bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is en dat het beroep tegen de vrijheidsontneming gegrond dient te worden verklaard.
5. De rechtbank stelt vast dat wat eiser heeft aangevoerd nagenoeg hetzelfde is aan wat hij in het vorige vervolgberoep heeft aangevoerd. De rechtbank verwijst om die reden naar wat zij daarover heeft overwogen in haar uitspraak van 6 november 2023 (in de zaak NL23.33717), rechtsoverwegingen 6 en 7.
Daaraan voegt de rechtbank toe dat het onderzoek bij de Marokkaanse autoriteiten loopt. Verweerder rappelleert regelmatig bij de Marokkaanse autoriteiten in verband met de afgifte van een lp, laatstelijk op 2 november 2023. Tevens heeft verweerder op 16 november 2023 extra aandacht gevraagd bij de Marokkaanse autoriteiten voor deze zaak. Niet gebleken dat de Marokkaanse autoriteiten te kennen hebben gegeven geen lp te zullen verstrekken ten behoeve van eiser. Daarnaast heeft verweerder op 8 november 2023 een vertrekgesprek gevoerd met eiser. Verder is niet gebleken van nieuwe feiten of omstandigheden op grond waarvan thans anders moet worden geoordeeld. Ook met inachtneming van de ambtshalve toetsing waartoe zij gehouden is, is de rechtbank van oordeel dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek niet op enig moment onrechtmatig was.
Eisers beroepsgronden slagen daarom niet.
6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank:
verklaart het beroep ongegrond;
wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van
N. Dayerizadeh, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
30 november 2023
Documentcode: [documentcode]
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.