Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-09-06
ECLI:NL:RBDHA:2023:21328
Civiel recht
Bodemzaak
1,250 tokens
Inleiding
RECHTBANK Den Haag
Civiel recht
Zaaknummer: C/09/633557 / HA ZA 22-689
Vonnis o.g.v. artikel 31 Rv van 6 september 2023
in de zaak van
AQUA-VRIJSEN ALGEMENE AANNEMING BVBA,
te 3530 Houthalen-Helchteren (België),
eisende partij,
hierna te noemen: Aqua-Vrijsen,
advocaat: mr. W.E. Widdershoven te Maastricht,
tegen
TUGEO B.V.,
te Nieuwkoop,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Tugeo,
advocaat: mr. P. Koeslag te Schijndel.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het vonnis van 9 augustus 2023, - de brief van Aqua-Vrijsen van 16 augustus 2023, - het bericht van Tugeo van 16 augustus 2023,
- het bericht van Aqua-Vrijsen van 16 augustus 2023.
1.2.
Ten slotte is de datum bepaald waarop dit herstelvonnis wordt gewezen.
2De verdere beoordeling
Verzoeken van Aqua-Vrijsen
2.1.
Aqua-Vrijsen heeft de rechtbank verzocht het vonnis op twee punten te herstellen.
Ten eerste meent zij dat het in rechtsoverweging 4.25 toegewezen bedrag van € 8.188,86 ten onrechte niet in het dictum is opgenomen. Ten tweede meent zij dat in rechtsoverweging 4.26 de wettelijke rente is toegewezen, zodat de in het dictum opgenomen veroordeling tot betaling van de gewone wettelijke rente een kennelijke verschrijving is.
2.2.
Tugeo erkent dat het verzoek ten aanzien van de € 8.188,86 kan worden toegewezen, maar meent dat het verzoek voor wat betreft de wettelijke handelsrente moet worden afgewezen. Wettelijke handelsrente is niet van toepassing op schadevergoeding, zodat de rechtbank volgens Tugeo terecht de gewone wettelijke rente. Van een kennelijke verschrijving is volgens Tugeo geen sprake.
2.3.
De rechtbank is het met partijen eens dat zij in het dictum vergeten is het bedrag van € 8.188,86 toe te wijzen. Gelet op de tekst van rechtsoverweging 4.25 is dit een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Dit verzoek wordt daarom toegewezen.
2.4.
Ten aanzien van de wettelijke handelsrente laat de tekst van de beslissing ruimte voor interpretatie. Enerzijds luidt de kop “Wettelijke rente” terwijl het niet ongebruikelijk is om ook in de kop over wettelijke handelsrente te spreken als die wordt toegewezen; anderzijds overweegt de rechtbank in 4.26 dat “de gevorderde rente” over de hoofdsom slechts kan worden toegewezen met ingang van de datum van dagvaarding. Van een kennelijke verschrijving is daarom geen sprake.
2.5.
Ten overvloede overweegt de rechtbank het volgende. Ook als zij het verzoek zou moeten begrijpen als een verzoek tot aanvulling op grond van artikel 32 Rv, zou de rechtbank het afwijzen, gelet op HR 8 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3106, r.o. 5.2.2.
Verzoek van Tugeo
2.6.
Tugeo meent dat een bedrag van € 6.190,- ten onrechte is toegewezen, omdat Tugeo dit bedrag al aan Aqua-Vrijsen heeft voldaan. Zij verwijst daarvoor naar alinea 41 van haar conclusie van antwoord. Tugeo meent dat dit een kennelijke verschrijving betreft en verzoekt de rechtbank die te herstellen door het bedrag van € 6.190,- in mindering te brengen op de schade.
2.7.
Aqua-Vrijsen meent dat Tugeo het juridisch niet eens is met het vonnis, maar dat artikel 31 en 32 Rv zich daarvoor niet lenen. Zij conformeert zich aan het oordeel van de rechtbank.
2.8.
De rechtbank zal het verzoek van Tugeo afwijzen.
In alinea 41 van haar conclusie van antwoord staat dat Tugeo heeft gekozen voor creditering van de opdrachtsom van € 6.190,-, dat zij daarmee heeft voldaan aan haar contractuele verplichting en dat zij daarom niet gehouden is tot vergoeding van schade. De rechtbank heeft in rechtsoverweging 4.22 van het vonnis overwogen dat niet is gebleken dat Tugeo de geleverde aardwarmtesondes conform artikel 13.1 MUV door deugdelijke sondes heeft vervangen. Van een kennelijke omissie of verschrijving is daarom geen sprake.
Dictum
De rechtbank
3.1.
veroordeelt Tugeo – in aanvulling op het dictum van het vonnis van 9 augustus 2023 – tot betaling aan Aqua-Vrijsen van een bedrag van € 8.188,86, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van 27 juli 2022 tot de dag van volledige betaling,
3.2.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Dit vonnis is gewezen door C.J-A. Seinen en in het openbaar uitgesproken op 6 september 2023.