Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-07-28
ECLI:NL:RBDHA:2023:21251
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,071 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.17527
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. O.C. Bondam),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: N. Hamzaoui).
Procesverloop
Bij besluit van 9 juni 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL23.17528, op 25 juli 2023 op zitting behandeld. Eiser is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Overwegingen
De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
1. Eiser stelt van Marokkaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1996.
2. Verweerder heeft op 13 juli 2023 een bericht naar de rechtbank verzonden waarin staat dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. Hij heeft de opvang op 17 juni 2023 verlaten. Eiser is ook niet op zitting verschenen. De rechtbank heeft op 19 juli 2023 een bericht verzonden naar gemachtigde van eiser met het verzoek om de rechtbank te informeren of gemachtigde nog in contact staat met zijn cliënt. De rechtbank heeft hier geen reactie op ontvangen.
3. Gelet op deze omstandigheden ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of eiser een rechtens te beschermen belang heeft hij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 22 februari 20191 volgt dat, indien een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd met onbekende bestemming vertrekt zonder aan de staatssecretaris te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel vanuit dient te worden gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Dit is slechts anders als een vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming. Dit impliceert dat de gemachtigde weet dat een vreemdeling nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en dat de gemachtigde met de vreemdeling contact heeft over de verdere voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt.
4. De rechtbank stelt vast dat het niet bekend is waar eiser op dit moment verblijft. Zijn gemachtigde heeft niet verklaard dat hij nog contact met eiser heeft. Eiser is ook niet op zitting verschenen om uit te leggen waarom hij het niet eens is met de beslissing. De rechtbank leidt uit deze omstandigheden af dat eiser geen prijs meer stelt op de behandeling van zijn beroep. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van procesbelang.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 25 juli 2023 door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van mr. D.W. Van Dijk, griffier.
1. ABRvS 22 februari 2019 ECLI:NL:RVS:2019:579.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: 28 juli 2023.
28 juli 2023
Documentcode: [documentcode]
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.