Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-11-10
ECLI:NL:RBDHA:2023:21243
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
956 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL23.18923 en NL23.18924
uitspraak van de enkelvoudige kamer en voorzieningenrechter in de zaken tussen
[eiseres] , V-nummer: [v-nummer 1] , eiseres/verzoekster (hierna: eiseres)
Mede namens haar minderjarig kind;
[minderjarige] , V-nummer: [v-nummer 2]
(gemachtigde: mr. P.J.P. Dietz de Loos),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van haar aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel en beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van eiseres. Verweerder heeft de asielaanvraag met het bestreden besluit van 27 juni 2023 niet in behandeling genomen.
Beoordeling
Geen zitting
2. De rechtbank houdt in deze zaak geen zitting. Het beroep is namelijk kennelijk niet-ontvankelijk. Hieronder legt de rechtbank dit uit.
3. Eiseres stelt de Moldavische nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum] 2003.
Heeft eiseres procesbelang?
4. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij het beroep.
4.1.
Uit vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter, onder meer de uitspraak van 22 januari 2019, volgt dat als de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken zonder aan verweerder te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel van moet worden uitgegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. In dat geval heeft de vreemdeling geen rechtens te beschermen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het ingestelde beroep. Dit is slechts anders als een vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming.
4.2
Uit het bericht van verweerder van 4 oktober 2023 dat zich in het dossier bevindt, volgt dat eiseres met onbekende bestemming is vertrokken. Bij e-mailbericht van 17 oktober 2023 heeft de gemachtigde van eiseres aan de griffier laten weten geen contact meer te hebben met eiseres. De rechtbank leidt hieruit af dat eiseres niet langer prijs stelt op asielrechtelijke bescherming in Nederland, zodat zij geen belang meer heeft bij de beoordeling van haar beroep.
Conclusie
5. Het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening zijn daarom niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van A.E. Wadman, griffier.
Dictum
Rechtsmiddel
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak op het beroep, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.
Op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
ECLI:NL:RVS:2019:579.