Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-11-22
ECLI:NL:RBDHA:2023:20963
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
771 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht
zaaknummers: NL23.32793 en NL23.32796
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen [eiseres 1], V-nummer: [V-nummer 1] en
[eiseres 2]
, V-nummer: [V-nummer 2] , gezamenlijk te noemen: verzoekers
(gemachtigde: mr. F. Lavell), en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. E.H.J.M. de Bonth).
Procesverloop
Bij besluiten van 9 oktober 2023 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Zweden verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken, samen met de zaken NL23.32792 en NL23.32795, op 7 november 2023 op zitting behandeld. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Als tolk is verschenen A. Ashenafi. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Ook zijn verschenen [moeder] , de moeder van verzoekers en [buurman] , een buurman.
Overwegingen
Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL23.32792 en NL23.32795, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter verweerder wel in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 837,- (1 punt voor het indienen van de samenhangende verzoekschriften met een waarde per punt van € 837,- en een
wegingsfactor 1). Gezien de gelijktijdige behandeling ter zitting, worden de kosten voor het verschijnen ter zitting al vergoed in de bodemzaak.
Dictum
De voorzieningenrechter:
wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af;
veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 837,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.A. Banga, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
22 november 2023
Documentcode: [documentcode]
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.