Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-12-21
ECLI:NL:RBDHA:2023:20788
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
976 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.38508
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 december 2023 in de zaak tussen
[verzoeker], v-nummer: [nummer], verzoeker
(gemachtigde: mr. P. Kramer-Ograjensek),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Inleiding
1. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 7 december 2023, waarin de staatssecretaris aan verzoeker de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) heeft opgelegd.
1.1.
De staatssecretaris heeft de maatregel van bewaring op 13 december 2023 opgeheven naar aanleiding van een belangenafweging.
1.2.
Naar aanleiding van deze opheffing heeft verzoeker het beroep ingetrokken, met daarbij het verzoek om de staatssecretaris te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De rechtbank heeft de staatssecretaris en verzoeker in de gelegenheid gesteld om op dat verzoek te reageren.
1.3.
De staatssecretaris heeft de rechtbank op 14 december 2023 meegedeeld dat hij zich verzet tegen een proceskostenveroordeling.
1.4.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
Beoordeling
2. De rechtbank kan in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroep is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan in de proceskosten veroordelen als daarom bij intrekking is verzocht. Dat staat in artikel 8:75a van de Awb. Daarom beoordeelt de rechtbank of de staatssecretaris geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.
2.1.
Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat er sprake is van ‘tegemoetkomen’ als het bestuur het door de indiener van het beroepschrift gewenste besluit geheel of gedeeltelijk neemt, tenzij dit besluit kennelijk is genomen op andere gronden dan de indiener van het beroepschrift heeft aangevoerd.
2.2.
De rechtbank stelt vast dat de maatregel van bewaring is opgeheven naar aanleiding van een belangenafweging van de Dienst Terugkeer en Vertrek die in het voordeel van verzoeker is uitgevallen. Hierdoor is er naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een tegemoetkomen door de staatssecretaris aan het besluit. Verder heeft verzoeker niet aangevoerd dat en waarom deze gang van zaken gezien moet worden als een tegemoetkoming in de zin van artikel 8:75a van de Awb. De rechtbank ziet geen relatie tussen het door eiser ingediende beroep en het opheffen van de maatregel. Eiser heeft immers enkel een pro forma beroepschrift ingediend en (nog) geen beroepsgronden. Voor een proceskostenveroordeling bestaat daarom geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S. Gaastra, rechter, in aanwezigheid van mr. N. El Amrani, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
ABRvS 3 juni 2015, ECLI:RVS:2015:1754.