Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-12-20
ECLI:NL:RBDHA:2023:20667
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
866 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.33729
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser], eiser
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. S.C. van Paridon),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. C.H.H.P.M. Kelderman).
Procesverloop
In het besluit van 24 oktober 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder bepaald dat eiser zal worden overgedragen aan de autoriteiten van Frankrijk.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 15 december 2023 op zitting behandeld. Eiser is niet verschenen. Eisers gemachtigde is met voorafgaand bericht niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Overwegingen
1. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft.
2. Op 14 december 2023 heeft verweerder de rechtbank meegedeeld dat uit het systeem blijkt dat eiser op 7 december 2023 met onbekende bestemming (MOB) is vertrokken.
3. De rechtbank overweegt dat na een melding van vertrek met onbekende bestemming de vooronderstelling geldt dat een vreemdeling niet langer prijs stelt op een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep tegen het bestreden besluit. Het ligt dan op de weg van de vreemdeling om aannemelijk te maken dat deze vooronderstelling onjuist is en daarmee dat er nog sprake is van procesbelang.
4. Eiser kan zijn procesbelang aannemelijk maken door te laten weten dat hij nog contact met zijn gemachtigde heeft. Dit impliceert dat de gemachtigde weet dat de vreemdeling nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en dat de gemachtigde met de vreemdeling contact heeft over de verdere voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt.
5. Noch eiser zelf, noch zijn gemachtigde zijn ter zitting verschenen. Evenmin bevat het dossier een schriftelijke mededeling van de gemachtigde dat hij nog contact onderhoudt met eiser. Bij die stand van zaken concludeert de rechtbank dat eiser geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het door hem ingestelde beroep.
6. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding
7. Het beroep is niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 december 2023 door mr. W. Anker, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en wordt geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
Vergelijk in dit verband de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:579).