Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-12-22
ECLI:NL:RBDHA:2023:20559
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
474 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.29596
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], van Turkmeense nationaliteit, verzoeker
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. F.A. Broersma),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. S. Azzaoui).
Procesverloop
Bij besluit van 16 augustus 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan verzoeker medegedeeld dat zijn recht op tijdelijke bescherming, als bedoeld in Richtlijn 2001/55/EG (de Richtlijn) en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 (het Uitvoeringsbesluit), eindigt op 4 september 2023.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De rechtbank heeft het verzoek op 20 december 2023 op zitting behandeld samen met het beroep (NL23.29594). Aan de zitting hebben deelgenomen: eiser en zijn gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van verweerder.
Overwegingen
De rechtbank heeft vandaag uitspraak gedaan op het beroep (NL23.29594). Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.J.C. ten Hoopen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.