Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-12-19
ECLI:NL:RBDHA:2023:20426
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
484 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.33821
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam verzoeker] , verzoekerv-nummer: [V-nr.]
(gemachtigde: mr. M. Görsültürk),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Inleiding
Bij besluit van 10 juli 2023 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker voor een verblijfsdocument EU/EER niet in behandeling genomen.
Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Beoordeling
1. Op grond van artikel 8:82, eerste lid, van de Awb wordt van de indiener van een verzoekschrift griffierecht geheven. Voor verzoeker is het griffierecht vastgesteld op € 184,00.
2. Verzoeker is in de gelegenheid gesteld om het griffierecht te betalen. Verzoeker heeft het griffierecht niet betaald. Verzoeker heeft ook geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
3. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. van de Merbel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. N.F Kreeftmeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.