Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-12-05
ECLI:NL:RBDHA:2023:20332
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,756 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/653474 / JE RK 23-1818
Datum uitspraak: 5 december 2023
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
De Raad voor de Kinderbescherming
,
‘sGravenhage,
hierna te noemen: de Raad,
over
[naam01]
, geboren op [geboortedatum01] 2006 in [plaats01] ,
hierna te noemen: [naam01] ,
advocaat: mr. P.L.G. Rens te Den Haag.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
Stichting Jeugdbescherming west, regio Haaglanden,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
[naam02]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats01] ,
[naam03]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats01] .
1
Het verdere verloop van de procedure
1.1.
Bij beschikking van 12 september 2023 heeft de kinderrechter in deze rechtbank een machtiging verleend om [naam01] uit huis te plaatsen in een instelling voor gesloten jeugdhulp. Deze machtiging is verleend voor drie maanden, te weten van 12 september 2023 tot 12 december 2023. Het verzoek is voor het overige aangehouden.
1.2.
Het verdere procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- de beschikking van 12 september 2023;
- de schriftelijke update van de gecertificeerde instelling van 24 november 2023;
- de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 29 november 2023.
1.3.
Op 5 december 2023 heeft de kinderrechter de mondelinge behandeling van de zaak met gesloten deuren voortgezet bij [naam04] . Daarbij waren aanwezig:
- [naam01] met zijn advocaat;
- de vader;
- de moeder;
- [naam05] namens de Raad;
[naam06] en [naam07] namens de gecertificeerde instelling;
[naam08] , de pedagogisch medewerker van [naam01] , als toehoorder.
2
Het verzoek
2.1.
De Raad verzoekt een machtiging om [naam01] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven voor de resterende duur van drie maanden.
2.2.
De Raad motiveert het verzoek als volgt. Er is sprake van ernstige gedragsproblemen en verslavingsproblematiek bij [naam01] . Hij laat dwars, opstandig, prikkelbaar, driftig, antisociaal en agressief gedrag zien. Ook kan [naam01] dwingend en zelfbepalend zijn. Hij gaat niet naar school en heeft geen vaste dagbesteding. Daarnaast laat hij risicovol crimineel gedrag zien waarbij hij regelmatig met de politie in aanraking komt. Er zijn zorgen over de gewetensontwikkeling van [naam01] . Hij kan niet omgaan met geld, zijn dag- en nachtritme is omgedraaid en [naam01] overziet de consequenties van zijn gedrag, problematiek en keuzes niet. [naam01] heeft ingrijpende gebeurtenissen meegemaakt zoals de suïcidepoging van zijn zus en de hersenbloeding van zijn moeder waarvan onduidelijk is in hoeverre deze hem nog bezighouden.
Het hulpverleningspatroon van de afgelopen jaren heeft ervoor gezorgd dat hulpverlening nog nooit is afgerond. [naam01] is in de afgelopen jaren meerdere malen aangemeld bij verschillende afkicktrajecten maar is bij alle trajecten voortijdig vertrokken of kwam niet op de intake opdagen. Op [naam04] heeft [naam01] meerdere malen fysiek geweld gebruikt, dreigende uitspraken gedaan en is hij weggelopen. De ouders hebben weinig zicht en grip op [naam01] en voelen zich handelingsverlegen. Het lukt de ouders onvoldoende om volhoudend te handelen omdat zij conflicten willen voorkomen. Het gezin lijdt onder de problematiek en de ouders zijn overbelast. De ouders hebben zorgen over de veiligheid van [naam01] in relatie tot anderen.
De Raad handhaaft dan ook het eerdere verzoek om [naam01] uit huis te plaatsen in een instelling voor gesloten jeugdhulp voor de resterende drie maanden. De Raad vindt het positief dat [naam01] stapjes vooruit maakt tijdens zijn verblijf bij [naam04] . Dit zijn echter nog prille ontwikkelingen en er is meer tijd nodig om ervoor te zorgen dat deze positieve ontwikkeling wordt vastgehouden en voortgezet. Er moet nog gewerkt worden aan onder andere structuur, verminderen van het blowen, maken van contact, conformeren aan afspraken en weerbaarheid voor invloeden van buitenaf. Voor [naam01] moet duidelijk worden wat van hem verwacht wordt voor een mogelijke overstap naar een open setting. De Raad schat in dat een machtiging gesloten plaatsing van drie maanden zou moeten volstaan om het diagnostisch onderzoek te starten. In dezelfde periode kan [naam01] werken aan voorwaarden die nodig zijn om uit te stromen naar een open groep.
3
De standpunten
3.1.
De gecertificeerde instelling stemt in met het verzoek van de Raad. Tijdens het verlof van [naam01] heeft hij een terugval gehad. Op de kamer van [naam01] hebben de ouders codeïne hoestdrank, Xanax, oxazepam en cocaïne aangetroffen. Vanwege schending van de regels, waaronder het gebruik en bezit van verschillende middelen hebben de ouders besloten om [naam01] terug te brengen naar de behandelgroep. Onderweg naar de behandelgroep is [naam01] weggelopen. Een aantal dagen later is [naam01] zelfstandig onder invloed teruggekomen op de groep. [naam01] heeft een schuld die dagelijks oploopt door de aankoop van middelen. Toen de vader na een gesprek met [naam01] vertrok en [naam01] niet mee mocht, vertoonde [naam01] verbaal agressief gedrag en werd versterking vanuit de groep opgeroepen. Vanwege aanzienlijke risico’s voor [naam01] en anderen worden de verlofperiodes van [naam01] opgeschort tot hij inzicht geeft in zijn terugval en nuchter genoeg is om de risico’s op wegloopgedrag te verminderen. Sinds de laatste evaluatie is [naam01] twee keer naar school geweest. Hij geeft aan dat hij geen motivatie heeft voor school vanwege zijn verstoorde dag- en nachtritme. [naam01] moet samen met een psychiater een afbouwschema opstellen om mogelijk in aanmerking te komen voor medicatie om zijn gebruik van wiet te minderen. [naam01] heeft een sterke vertrouwensband weten op te bouwen met de pedagogisch medewerkers. Dit heeft geleid tot een meer open houding van [naam01] waardoor hij ook beter in staat is om begeleiding te accepteren. [naam01] is gemotiveerd om te werken aan zijn uiteindelijke doel zelfstandig wonen. De groep waar hij momenteel verblijft, heeft positieve veranderingen opgemerkt bij [naam01] . Hij vertoont minder storend gedrag en heeft profijt van een stabiele en gestructureerde omgeving waarin duidelijkheid centraal staat. Wat betreft zijn middelengebruik zijn er nog stappen te zetten. Om aan bepaalde doelen te werken zal een individuele coach ingezet worden. Vanwege wachtlijsten heeft er nog geen diagnostisch onderzoek plaats kunnen vinden. De gecertificeerde instelling geeft aan dat [naam01] op dit moment bovenaan de lijst staat waardoor dit onderzoek binnenkort zal beginnen. In de tussentijd wordt gezocht naar een afkickkliniek waar [naam01] terecht kan voor zijn verslavingsproblematiek. De gecertificeerde instelling bekijkt of dit bijvoorbeeld de Brijder kan zijn. Als dit al binnen drie maanden mogelijk is dan wordt [naam01] daar geplaatst. Hoewel de gecertificeerde instelling aangeeft het positief te vinden dat [naam01] meer inzicht in zijn problematiek lijkt te hebben en meer motivatie krijgt voor behandeling, geeft de gecertificeerde instelling ook aan dat dit nog niet voldoende stabiel is. Hierom, en omdat [naam01] nog niet aan bepaalde voorwaarden voldoet, kan [naam01] volgens de gecertificeerde instelling nog niet overstappen naar een open instelling.
3.2.
Beoordeling
4.1.
Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging voor een gesloten accommodatie voor jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en het verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.
4.2.
De kinderrechter stelt vast dat de verslavingsproblematiek van [naam01] ernstige risico’s en problemen oplevert voor [naam01] en zijn omgeving. Zij maakt zich grote zorgen over het welzijn en de toekomst van [naam01] . Hij heeft onvoldoende inzicht in zijn problematiek en in de keuzes die hij maakt, waardoor hij het voor zichzelf voortdurend erger gemaakt heeft. Het is dan ook van het grootste belang dat [naam01] hulp krijgt die bij hem past, zodat hij gaat inzien dat het ook anders kan. Het grote positieve punt op dit moment is dat [naam01] positieve stappen zet in het erkennen van zijn problematiek. In het gesprek met [naam01] heeft de kinderrechter gemerkt dat [naam01] open en eerlijk wil communiceren over zijn problemen. Daarnaast wil hij zo snel mogelijk hulp voor zijn verslaving, omdat hij weet dat het zo niet langer kan. Door deze positief veranderde houding van [naam01] heeft de kinderrechter er vertrouwen in dat hij zijn verantwoordelijkheid gaat nemen in het aangaan van benodigde behandelingen. De kinderrechter acht het belangrijk dat snel diagnostisch onderzoek gedaan wordt en dat er in de tussentijd gezocht wordt naar een plek waar [naam01] behandeld wordt voor zijn verslavingsproblematiek. Iedereen is het erover eens dat dit zo snel mogelijk moet gebeuren. Het feit dat [naam01] nu bovenaan de wachtlijst staat voor diagnostisch onderzoek en de omstandigheid dat de gecertificeerde instelling naarstig op zoek is naar een plek waar [naam01] op zeer korte termijn behandeld kan worden voor zijn verslaving, stemt hoopvol. Vanzelfsprekend voelt de kinderrechter mee met [naam01] en zijn ouders; zij deelt hun frustratie over de gang van zaken in de afgelopen maanden. Het is moeilijk dat het zo lang duurt voordat [naam01] de juiste hulp krijgt. Met de toezegging van de gecertificeerde instelling zal daar nu op korte termijn verandering in komen. De kinderrechter zal de machtiging voor een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verlenen voor de periode van drie maanden.
Dictum
De kinderrechter:
verleent een machtiging om [naam01] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 12 december 2023 tot 12 maart 2024.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2023 door mr. S.J. Huizenga, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.B. van der Velden als griffier, en op schrift gesteld op 19 december 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.