Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-12-13
ECLI:NL:RBDHA:2023:19640
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,147 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.37249
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
geboren op [geboortedatum],
van Ghanese nationaliteit,
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. S. Akkas),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris,
(gemachtigde: mr. L.O. Augustinus).
Procesverloop
De staatssecretaris heeft op 20 oktober 2023 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
De staatssecretaris heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft het beroep op 8 december 2023 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde, zijn met bericht van verhindering, niet verschenen. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.
Overwegingen
1. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw 2000 dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw 2000 het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
2. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 9 november 2023 (in de zaak NL23.33602) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of de maatregel van bewaring sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek op 3 november 2023 rechtmatig is.
3. Eiser stelt zich op het standpunt dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend handelt en dat er geen zicht op uitzetting naar Ghana bestaat. Eiser is immers al op 11 oktober 2023 in persoon gepresenteerd bij de Ghanese autoriteiten en daarbij is zijn nationaliteit bevestigd. Desondanks is er na 1,5 maand nog geen laissez-passer (lp) voor eiser afgegeven. Ook niet na meerdere rappels.
4. De rechtbank is van oordeel dat de staatssecretaris voldoende voortvarend aan de uitzetting werkt en dat zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestaat. De staatssecretaris heeft sinds het sluiten van het vorige onderzoek op 20 november 2023 een vertrekgesprek met eiser gehouden en op 22 november 2023 (schriftelijk), 6 november 2023 en 27 november 2023 (mondeling) gerappelleerd op de laissez-passer (lp) aanvraag. De staatssecretaris heeft ter zitting aangegeven dat ze momenteel in afwachting zijn van een reactie op de rappel van 27 november 2023 van iemand van de Ghanese vertegenwoordiging in hogere rang. De rechtbank acht deze gang van zaken voldoende voortvarend. De rechtbank overweegt verder dat zicht op uitzetting naar Ghana in het algemeen niet ontbreekt. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding om hier in het geval van eiser anders over te oordelen. Eiser is op 11 oktober 2023 gepresenteerd en daarbij is zijn nationaliteit bevestigd. Het enkele tijdsverloop sinds de presentatie in persoon is onvoldoende voor het oordeel dat er geen zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn kan worden aangenomen.
5. De rechtbank ziet ook voor het overige geen grond voor het oordeel dat de maatregel van bewaring in de periode tussen het sluiten van het vorige onderzoek en het sluiten van het onderhavige onderzoek op enig moment onrechtmatig was.
6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Boerlage - van den Bosch, rechter, in aanwezigheid van mr. V. Vegter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.