Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-12-07
ECLI:NL:RBDHA:2023:19546
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,314 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.37254
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. S. Akkas),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Verweerder heeft op 26 oktober 2023 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
Eiser heeft hierop gereageerd.
Verweerder heeft op 29 november 2023 de maatregel van bewaring opgeheven.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek op 4 december 2023 gesloten.
Overwegingen
1. Eiser stelt van Nigeriaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] .
2. Omdat de bewaring is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiser schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. Op grond van artikel 106 van de Vw kan de rechtbank indien de bewaring al is opgeheven vóór de behandeling van het verzoek om opheffing van de bewaring aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 8 november 2023 (in de zaak NL23.34074]) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek op 1 november 2023.
4. Eiser heeft aangevoerd dat verweerder geen uitzettingshandelingen heeft ondernomen. In reactie op de voortgangsgegevens stelt hij dat het zicht op uitzetting naar Nigeria op 4 november 2023 is komen te ontbreken, omdat het antwoord van de Nigeriaanse vertegenwoordiging van die dag naar aanleiding van de schriftelijke presentatie luidt: ‘onvoldoende informatie om nationaliteit te bevestigen’. Verweerder heeft na ontvangst van dat bericht geen Laissez Passer (LP)-aanvraag ingediend bij een ander land of anderszins uitzettingshandelingen verricht. Verweerder had de bewaringsmaatregel daarom al vanaf 4 november 2023 moeten opheffen. Nu dat pas op 29 november 2023 naar aanleiding van een belangenafweging is gebeurd, heeft verweerder tevens onvoldoende voortvarend gehandeld.
5. Uit de voortgangsgegevens van 28 november 2023 blijkt dat de LP-aanvraag na het bericht van 4 november 2023 is blijven doorlopen in afwachting van de uitslag van dacty-onderzoek en ander aanvullend identiteit- en nationaliteitsonderzoek. Daarmee was het zicht op uitzetting naar Nigeria niet komen te ontvallen. Verweerder mag tijd gegund worden om onderzoek te doen naar de daadwerkelijke identiteit en nationaliteit van eiser. Op 9 november 2023 zijn eisers belgegevens opgevraagd in het kader van dit onderzoek. Verweerder heeft op 29 november opnieuw voortgangsgegevens in het dossier gebracht. Daaruit blijkt dat het identiteitsonderzoek geen treffer heeft opgeleverd in de paspoort-databank van Nigeria. Dat onderzoek is op 28 november 2023 om die reden afgesloten. Op diezelfde dag is verzocht om eisers telefoons in beslag te nemen in het kader van het aanvullend identiteitsonderzoek. Op 29 november 2023 is gebleken dat er geen capaciteit bestond om dit onderzoek uit te voeren, en dat het onderzoek minimaal 12 tot 16 weken in beslag zou nemen. Diezelfde dag is de LP-aanvraag afgesloten en de inbewaringstelling opgeheven. Verweerder heeft hiermee voldoende voortvarend gehandeld door de maatregel op 29 november 2023- direct nadat duidelijk was geworden dat er op korte termijn geen aanvullend identiteitsonderzoek plaats kon vinden - op te heffen. Eisers beroepsgronden slagen daarom niet.
6. De rechtbank ziet ook overigens geen aanleiding voor het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring voor het opheffen daarvan onrechtmatig is geworden.
7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. N.F. Kreeftmeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.