Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-12-12
ECLI:NL:RBDHA:2023:19490
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
1,103 tokens
Inleiding
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 23-8018
Zaaknummer: C/09/656384
Datum beschikking: 12 december 2023
Scheiding
Beschikking op het op 13 november 2023 ingekomen gemeenschappelijk verzoek van:
[naam01] ,
de man,
wonende in [woonplaats01] , gemeente [plaats01] ,
advocaat: mr. M.C.J.G. Kathmann te Breda,
en
[naam02]
,
de vrouw,
wonende in [woonplaats02] , gemeente [plaats01] ,
advocaat: mr. M.C.J.G. Kathmann te Breda.
Procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder:
het verzoekschrift van 19 oktober 2023, met bijlagen, van de zijde van de man en de vrouw;
het e-mailbericht van 2 november 2023 van de zijde van de man en de vrouw;
de brief van 9 november 2023, met bijlagen, van de zijde van de man en de vrouw;
het e-mailbericht van 13 november 2023 van de zijde van de man en de vrouw;
het e-mailbericht van 20 november 2023 van de zijde van de man en de vrouw.
Feiten
Bij beschikking van 2 februari 2023 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken.
Deze echtscheiding is op 5 april 2023 ingeschreven in de daartoe bestemde registers.
De vrouw en de man hebben op 6 oktober 2023 respectievelijk 18 oktober 2023 een echtscheidingsconvenant ondertekend.
Verzoek
Partijen verzoeken gezamenlijk om opname van het convenant in een beschikking. Daarnaast heeft de advocaat de rechtbank verzocht het volgende in de overwegingen van de beschikking te verwerken:
“
Het bericht van zijn strafrechtadvocaat maakt dat cliënt zich genoodzaakt heeft gezien het echtscheidingsconvenant te ondertekenen onder de ontbindende voorwaarde dat hij alsnog wordt vervolgd voor gebeurtenissen die zich tussen u en client voor 18 oktober 2023 hebben voorgedaan. Ingeval cliënt alsnog wordt vervolgd voor gebeurtenissen die zich tussen u en client vóór 18 oktober 2023 hebben voorgedaan, vervallen de afspraken tussen u en client over de gevolgen van de ontbinding van uw huwelijk die zijn vastgelegd in het door u op 6 oktober 2023 en het door client op 18 oktober 2023 ondertekende echtscheidingsconvenant. Hieraan kunnen dan door u beiden géén rechten meer worden ontleend.
”
Beoordeling
Tussen partijen bestaat geen geschil. Zij verzoeken dan ook geen beslissing van de rechtbank, maar wensen enkel opname van de door hen gemaakte afspraken in een beschikking van de rechtbank, waarbij er kennelijk ook een ontbindende voorwaarde zou gelden, die overigens niet in het convenant is opgenomen.
Hoewel de rechtbank partijen op 2 november 2023 heeft bericht dat opname van een convenant zonder dat er om echtscheiding wordt verzocht niet op de wet is gebaseerd, hebben partijen dit verzoek gehandhaafd, zonder de grondslag danwel het belang te hebben toegelicht.
De rechtbank vermoedt dat het belang van partijen gelegen is bij het verkrijgen van een executoriale titel voor de in het convenant neergelegde afspraken. Hiervoor hoeven zij echter niet naar de rechtbank. Zij kunnen hun overeenkomst immers in een notariële akte laten vastleggen. Voor zover partijen menen dat artikel 819 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) een ingang biedt voor dit verzoek, gaat de rechtbank hieraan voorbij. Dit artikel is van toepassing in procedures tot echtscheiding, scheiding van tafel en bed en ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel in bed en van overeenkomstige toepassing in procedures tot ontbinding van een geregistreerd partnerschap. In al deze procedures zijn partijen gedwongen zich tot de rechter te wenden om een beslissing over de scheiding of ontbinding te krijgen. Voor die gevallen heeft de wetgever willen faciliteren dat zij, als zij het overigens over de gevolgen van de scheiding/ontbinding eens zijn, niet nog eens naar de notaris hoeven om de gevolgen te laten vastleggen. In deze zaak hoeven partijen zich niet meer tot de rechter te wenden omdat het huwelijk al is ontbonden. Het staat hen vrij in onderling overleg hun uiteengaan te regelen. In zoverre ziet de rechtbank dan ook geen belang om artikel 819 Rv naar analogie toe te passen. De rechtbank zal het verzoek dus als niet op de wet gegrond afwijzen
Dictum
De rechtbank:
*
wijst het verzoek van de man en de vrouw af.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, rechter, bijgestaan door mr. M. Meijer als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 12 december 2023.