Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-12-01
ECLI:NL:RBDHA:2023:19474
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
569 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.31607
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. E.S. van Aken),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. N.L. Schoonbrood).
Procesverloop
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 1 december 2023 op zitting behandeld. Eiser is, met vooraf bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Overwegingen
1. Eiser heeft asiel aangevraagd in Nederland. Uit het bericht van verweerder van 29 november 2023 blijkt dat eiser op 15 oktober 2023 met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde geeft in zijn schriftelijke reactie van 30 november 2023 aan dat hij het beroep handhaaft. Eiser en zijn gemachtigde zijn niet verschenen op de zitting. Uit de reactie leidt de rechtbank niet af dat gemachtigde nog contact heeft en dat hij weet waar eiser verblijft.
2. Gelet op vaste jurisprudentie neemt de rechtbank aan dat eiser niet langer prijs stelt op de aanvankelijk gezochte internationale bescherming in Nederland. Eiser heeft geen belang meer bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
3. Het beroep is niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 1 december 2023 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
ABRvS 22 september 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579.