Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-12-07
ECLI:NL:RBDHA:2023:19472
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
467 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 22/1657
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam verzoeker] , verzoeker
V-nummer: [V-nr.]
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Procesverloop
Bij besluit van 8 maart 2022 heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen.
Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb is een verzoek om een voorlopige voorziening alleen mogelijk als er ook een bezwaar (of beroep) aanhangig is.
2. Verzoeker heeft geen bezwaar ingediend tegen het besluit van 8 maart 2022. Bij schrijven van 31 juli 2023 heeft verweerder bevestigd dat er door verzoeker geen bezwaarschrift is ingediend.
3. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, op 7 december 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Afschrift verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.