Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-12-07
ECLI:NL:RBDHA:2023:19107
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
721 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 23/13288
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], verzoeker,
geboren op [geboortedatum],
van Nigeriaanse nationaliteit,
V-nummer: [v-nummer],
(gemachtigde: mr. J.W.F. Menick),
en
het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa), verweerder,
(gemachtigde: P.A.L.A. van Ittersum).
Procesverloop
Bij besluit van 15 oktober 2023 heeft verweerder besloten om verzoeker op grond van artikel 10, eerste lid aanhef en onder h en i, en artikel 11, eerste lid, van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 te plaatsen in een Handhavings- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen (hierna: het plaatsingsbesluit).
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. Het beroep tegen dit besluit staat geregistreerd onder het zaaknummer AWB 23/13287. Op dit beroep wordt bij afzonderlijke uitspraak beslist.
Verzoeker heeft de rechtbank tevens verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek staat geregistreerd onder het zaaknummer AWB 23/13288.
De rechtbank heeft het beroep op 1 december 2023 op zitting behandeld. Eiser heeft zich op de rechtbank laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerders hebben zich ook op de rechtbank laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gaat de voorzieningenrechter na of onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, het treffen van een voorlopige voorziening vereist. Bij de daarvoor vereiste belangenafweging gaat het om een afweging van enerzijds het belang van de verzoeker dat een onverwijlde voorziening wordt getroffen en anderzijds het door de onmiddellijke uitvoering van het besluit te dienen belang.
2. Bij uitspraak van vandaag (zaaknummer AWB 23/13287), heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, rechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl, op 7 december 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.