Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-09-18
ECLI:NL:RBDHA:2023:19072
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
696 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.21870
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. A. Darrazi),
en
de minister van Buitenlandse zaken, verweerder.
Procesverloop
Eiser heeft op 28 juli 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaarschrift naar aanleiding van de afwijzing van zijn aanvraag voor een visum voor kort verblijf van 17 maart 2023.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb1 uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld.2 Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.3
2. Eiser heeft op 30 maart 2023 bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een visum voor kort verblijf. Verweerder moet uiterlijk binnen negentien weken een beslissing op bezwaar nemen. Dit is gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken.4 Eiser heeft verweerder op 12 juli 2023 in gebreke gesteld. Dat betekent dat op het moment van de ingebrekestelling de beslistermijn nog niet was verstreken, waardoor de ingebrekestelling van te vroeg is ingediend. Daarom is het beroep van eiser tegen het uitblijven van een besluit op zijn bezwaarschrift kennelijk niet-ontvankelijk.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.
Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
Dit volgt uit artikel 76, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) in samenhang met artikel 72 van de Vw.