Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-11-27
ECLI:NL:RBDHA:2023:18665
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
789 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.25601
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker]
, V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. J.A. Pieters),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris (gemachtigde: mr. S. Aboulouafa).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker om niet te worden uitgezet zolang niet op zijn beroep is beslist.
1.1.
De staatssecretaris heeft de aanvraag van verzoeker om uitstel van vertrek uit Nederland met het besluit van 13 december 2022 afgewezen. Met het besluit van
12 mei 2023 (het bestreden besluit) op het bezwaar van verzoeker is de staatssecretaris bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 24 oktober 2023 op een zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker,
S. Andresian als tolk en de gemachtigde van de staatssecretaris.
Beoordeling
2. Verzoeker heeft gesteld dat hij niet genoeg geld heeft om het griffierecht te betalen en daarom heeft hij gevraagd om een vrijstelling daarvan. De voorzieningenrechter beslist dat verzoeker aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet voldoende inkomen of vermogen heeft om het griffierecht te betalen. Daarom hoeft verzoeker geen griffierecht te betalen.
3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL23.16705, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
4. Gelet op de uitkomst in het beroep, veroordeelt de voorzieningenrechter de staatssecretaris wel in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter vast op € 837,- omdat de gemachtigde van verzoeker een
verzoekschrift heeft ingediend. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Dictum
De voorzieningenrechter:
wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van € 837,- aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. Spelt, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Kersten, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
27 november 2023
Documentcode: [documentcode]
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.