Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-11-27
ECLI:NL:RBDHA:2023:18559
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,072 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.28773
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. R.J.J. Flantua),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. L.S. Hartog).
Procesverloop
In het besluit van 12 september 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland daarvoor verantwoordelijk is.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 23 november 2023 op zitting behandeld in Breda. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen M. Momand. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.
Overwegingen
1. Eiser voert aan dat hij geen asiel heeft aangevraagd in Duitsland. Maar in het Eurodac-systeem staat hij wel degelijk als asielzoeker geregistreerd. In een dergelijke situatie is de enkele mededeling dat geen asiel is aangevraagd onvoldoende om niet uit te gaan van verantwoordelijkheid van Duitsland. Verweerder is er dan ook terecht van uit gegaan dat eiser asiel heeft aangevraagd in Duitsland. Duitsland heeft dat ook bevestigd door middel van de claimacceptatie. De stelling van eiser dat het in het verleden weleens mis is gegaan in Duitsland, is ook onvoldoende.
2. De vervolgvraag is of verweerder de verantwoordelijkheid voor eisers asielaanvraag aan zich had moeten trekken vanwege bijzondere individuele omstandigheden. Er zijn drie bijzondere omstandigheden genoemd: de gang van zaken in Duitsland bij het afnemen van de vingerafdrukken, dat het niet de bedoeling van eiser was om asiel aan te vragen in Duitsland en dat er een tante en een nicht van eiser in Nederland wonen met wie hij een hechte band heeft. Ter zitting heeft eiser ook nog aangevoerd dat hij inmiddels al zeven maanden in Nederland verblijft. Voorop moet worden gesteld dat verweerder een ruime bevoegdheid heeft om toepassing te geven aan artikel 17 van de Verordening (EU) Nr. 604/2013 (Dublinverordening). Die bevoegdheid kan de rechtbank slechts terughoudend toetsen. Dat wil zeggen dat gecontroleerd moet worden of verweerder zorgvuldig te werk is gegaan en gemotiveerd heeft gereageerd op wat eiser heeft aangedragen.
3. Eisers bedoeling om niet in Duitsland asiel aan te vragen, is niet relevant bij toepassing van de Dublinverordening. In de eerste lidstaat waar een asielzoeker aankomt, althans wordt geregistreerd, moet de asielprocedure worden gevolgd. De intentie doet er niet toe. Eisers bedoeling heeft verweerder dus niet als bijzondere individuele omstandigheid hoeven aanmerken. Het feit dat eiser al een hele tijd in Nederland verblijft is vervelend. Dat heeft ermee te maken dat asielprocedures in Nederland helaas vaak lang duren. Maar dat heeft verweerder niet als bijzondere omstandigheid hoeven aanmerken. De gang van zaken in Duitsland omtrent de vingerafdrukken heeft meer te maken met de verantwoordelijkheid. Tot slot de tante en nicht in Nederland. Hoewel het begrijpelijk is dat eiser hierop wijst, vormt dat geen bijzondere omstandigheid. Alle genoemde omstandigheden hebben al met al voor verweerder geen aanleiding hoeven vormen om eisers asielaanvraag aan zich te trekken.
4. De slotsom is dat het beroep ongegrond is.
5. Verweerder hoeft geen proceskosten te betalen.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 november 2023 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en wordt geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.