Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-07-05
ECLI:NL:RBDHA:2023:18466
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
731 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.12064
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam verzoekster] , verzoekster
V-nummer: [V-nr.]
en de minderjarige
[naam minderjarige]
,
(gemachtigde: mr. M.C.M. van der Mark),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. C.W.M. van Breda).
Procesverloop
Bij besluit van 20 april 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat België verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL23.12063, op 24 mei 2023 op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen K. Soltani. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Ter zitting is het onderzoek niet gesloten. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om te reageren op vragen die op 9 mei 2023 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) zijn gesteld over de loopbrief in relatie tot het arrest Mengesteab van het Hof van Justitie van 26 juli 2017.
Verweerder heeft daarop op 2 juni 2023 gereageerd en verzoekster op 9 juni 2023.
Ter zitting zijn partijen voorts akkoord gegaan met het voornemen van de rechtbank om uitspraak te doen zonder vervolgzitting. Op 27 juni 2023 heeft de rechtbank het onderzoek gesloten met de mededeling dat uiterlijk 6 juli 2023 uitspraak zal worden gedaan.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL23.12063, heeft de rechtbank het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft ongegrond verklaard. Om die reden zal het verzoek als ongegrond worden afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Hof van Justitie van de Europese Unie.
ECLI:EU:C:2017:587.