Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-11-21
ECLI:NL:RBDHA:2023:18153
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,027 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.33730
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam verzoeker] , verzoeker
V-nummer: [V-nr.]
(gemachtigde: mr. S.C. van Paridon),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: S. Jairam).
Procesverloop
In het besluit van 24 oktober 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder bepaald dat verzoeker wordt overgedragen aan de autoriteiten van Frankrijk zoals bedoeld in de Verordening (EU) Nr. 604/2013 (Dublinverordening).
Verzoeker heeft beroep (NL23.33729) ingesteld tegen het bestreden besluit. Hij heeft ook de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
In zijn brief van 1 november 2023 heeft verweerder verzocht om het verzoek om een voorlopige voorziening met voorrang te behandelen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed dat, gelet op de betrokken belangen, vereist.
2. Volgens het bestreden besluit moet verzoeker worden overgedragen aan een andere lidstaat op basis van de Dublinverordening. Deze verordening stelt een termijn waarbinnen de overdracht van verzoeker dient plaats te vinden. Omdat verzoeker in vreemdelingenbewaring zit, is de termijn van artikel 28, derde lid, van deze verordening van toepassing. Dit betekent dat de overdracht zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen zes weken na de aanvaarding op 20 oktober 2023 van het terugnameverzoek , dan wel gerekend vanaf het tijdstip waarop het beroep of bezwaar niet langer opschortende werking heeft, wordt geëffectueerd. De voorzieningenrechter stelt vast dat het beroep van verzoeker niet kan worden behandeld voor het einde van de overdrachtstermijn. De vereiste onverwijlde spoed is daarmee gegeven.
3. Verzoeker heeft het verzoek ingediend om zijn beroep in Nederland te mogen afwachten. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter weegt het belang van verzoeker om bij de behandeling van zijn beroep aanwezig te zijn zwaarder dan het belang van verweerder om verzoeker daarvóór al over te dragen. De voorzieningenrechter zal dan ook bij wijze van ordemaatregel het verzoek om een voorlopige voorziening als kennelijk gegrond toewijzen op de hierna te melden wijze. De voorzieningenrechter weegt hierbij mee dat het beroep niet vóór de uiterste overdrachtsdatum op zitting kan worden behandeld. De overdrachtstermijn wordt ten gevolge van deze uitspraak verlengd.
4. De voorzieningenrechter ziet in de toewijzing van het verzoek aanleiding om verweerder te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 837 bestaande uit een punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 837 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1 (gemiddeld).
Dictum
wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe in die zin dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoeker de behandeling van zijn beroep (zaak met nummer NL23.33729) in Nederland mag afwachten;
veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten ter hoogte van € 837 (achthonderdzevenendertig euro);
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.