Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-10-16
ECLI:NL:RBDHA:2023:18044
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
978 tokens
Inleiding
uitspraak
VOORZIENINGENRECHTER DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.15124
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster]
, V-nummer: [V-nummer] , verzoekster (gemachtigde: mr. E. van Kempen),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris (gemachtigde: mr. J. Vreijsen).
Inleiding en procesverloop
1.1.
Verzoekster heeft op 22 juli 2020 een aanvraag ingediend om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het uitoefenen van gezinsleven met [partner] . In het besluit van 30 april 2021 (het primaire besluit) heeft de staatssecretaris deze aanvraag afgewezen.
1.2.
In het besluit van 24 april 2023 (het bestreden besluit) heeft de staatssecretaris het bezwaar tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.3.
In het besluit van 13 september 2023 (het intrekkingsbesluit) heeft de staatssecretaris het bestreden besluit ingetrokken. Verzoekster heeft hierop meegedeeld dat zij het beroep handhaaft en dat het beroep zich nu richt tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op bezwaar. Verder heeft zij meegedeeld dat de staatssecretaris de proceskosten en het griffierecht in het verzoek om de voorlopige voorziening dient te vergoeden.
1.4.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL23.15122, op 4 oktober 2023 op zitting behandeld. Verzoekster is, met bericht van verhindering, niet verschenen. De staatssecretaris heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
1.5.
Beoordeling
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL23.15122, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Verzoekster heeft verzocht om de staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten omdat het indienen van de voorlopige voorziening noodzakelijk was en uit het intrekkingsbesluit blijkt dat het ingetrokken bestreden besluit onrechtmatig was. De staatssecretaris heeft ter zitting te kennen gegeven zich niet te verzetten tegen toewijzing van het verzoek om vergoeding van de proceskosten.
4. De voorzieningenrechter veroordeelt de staatssecretaris daarom in de proceskosten van verzoekster. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 837,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een wegingsfactor 1). Ook moet de staatssecretaris het door verzoekster betaalde griffierecht vergoeden.
Dictum
De voorzieningenrechter:
wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van
€ 837,-;
- draagt de staatssecretaris op het betaalde griffierecht van € 184,- aan verzoekster te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Kersten, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
16 oktober 2023
Documentcode: [documentcode]
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.