Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-11-16
ECLI:NL:RBDHA:2023:18042
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
785 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.29992
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[Naam], eiser
V-nummer [Nummer]
[Naam 2], eiseres
V-nummer [Nummer 2]
(tezamen: eisers)
Mede ten behoeve van hun minderjarige kinderen:
[Naam 3], [Naam 4], [Naam 5] en [Naam 6]
(gemachtigde: mr. Z.M. Alaca),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. A. Hadfy Kovacs).
Procesverloop
Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 16 november 2023 op zitting behandeld. Eisers en hun gemachtigde zijn, met bericht vooraf, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Overwegingen
1. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang. De gemachtigde van eisers heeft op 4 oktober 2023 bericht dat eisers met onbekende bestemming zijn vertrokken en verzoekt het beroep niet-ontvankelijk te verklaren. Uit de door verweerder op 6 oktober 2023 verstrekte informatie blijkt dat eisers op 20 september 2023 met onbekende bestemming zijn vertrokken. Uit deze berichten en het aanvullende bericht van de gemachtigde van eisers van 25 oktober 2023 leidt de rechtbank af dat de gemachtigde van eisers geen contact meer heeft met eisers. Ook zijn zij niet ter zitting verschenen.
2. Uit de vaste jurisprudentie van de Afdeling blijkt dat indien een vreemdeling met onbekende bestemming vertrekt zonder contact te onderhouden met zijn gemachtigde, wordt geconcludeerd dat hij kennelijk geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Van de vreemdeling mag worden verwacht dat hij zijn gemachtigde gedurende de gehele procedure op de hoogte houdt van zijn verblijfplaats en met hem steeds in contact blijft over de voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt. De rechtbank verwijst naar de Afdelingsuitspraak van 16 september 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:2090).
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 november 2023 door mr. S.E. van de Merbel, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.