Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-11-08
ECLI:NL:RBDHA:2023:17649
Civiel recht
Wraking
1,082 tokens
Dictum
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoeker.
strekkende tot de wraking van
mr. D. Jongsma,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het proces-verbaal van 26 oktober 2023 waarin het mondelinge wrakingsverzoek en de gronden daarvoor zijn vermeld.
2Het wrakingsverzoek
2.1.
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer 10290850 \ RL EXPL 23-1154 tussen [eisers] (eisers) en meerdere personen onder wie verzoeker (gedaagden). Eisers worden bijgestaan door mr. N. Çiçek.
2.2.
Verzoeker heeft blijkens het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 26 oktober 2023, het volgende aan zijn verzoek ten grondslag gelegd:
“De reden van de wraking is het na bezwaar ervan toelaten van stukken die door mr. Çiçek een dag voor de mondelinge behandeling zijn ingediend bij de rechtbank en in het geheel niet toegezonden aan [verzoeker] omdat deze naar een verkeerd adres zijn gestuurd door mr. Çiçek.”
Beoordeling
3.1.
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij of zij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid.
3.2.
Verzoeker vindt de rechter vooringenomen omdat deze stukken in de procedure toelaat die de wederpartij in de hoofdzaak een dag voor de mondelinge behandeling bij de rechtbank heeft ingediend en die verzoeker niet heeft ontvangen omdat de wederpartij in de hoofdzaak de stukken naar een verkeerd adres heeft gestuurd.
3.3.
Een beslissing tot het toelaten van stukken in een procedure is een procedurele rechterlijke beslissing. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen brengt mee dat een rechterlijke (tussen)beslissing als zodanig nooit grond kan vormen voor wraking: wraking is geen verkapt rechtsmiddel. Het gerecht dat over het wrakingsverzoek moet oordelen (de wrakingskamer) komt geen oordeel toe over de juistheid van de (tussen)beslissing. Dat oordeel is voorbehouden aan de rechter die in geval van de aanwending van een rechtsmiddel belast is met de behandeling van de zaak. Hieruit volgt dat het wrakingsverzoek niet toewijsbaar is.
3.4.
Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.
Dictum
De wrakingskamer:
4.1.
wijst het verzoek tot wraking af;
4.2.
bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek;
4.3.
beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 39, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt toegezonden aan:
• verzoeker;
• [eisers] p/a mr. Çiçek;
• [partij in de hoofdzaak] ;
• [gedaagde] p/a mr. J.P. Sachez Montoto;
• de rechter.
Deze beslissing is gegeven door mrs. S.M. Krans, S.M. Westerhuis-Evers en R.G.C. Veneman in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.L. van Nooijen-Kühler en in het openbaar uitgesproken op 8 november 2023.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.