Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-11-03
ECLI:NL:RBDHA:2023:16876
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
609 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.22150
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , eiser
V-nummer: [V-nr.]
(gemachtigde: mr. R.J. Portegies),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. W. Epema).
Procesverloop
Bij besluit van 1 augustus 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 27 oktober 2023 op zitting behandeld in Breda. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met een voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Overwegingen
1. De advocaat van eiser heeft op 26 oktober 2023 laten weten dat hij geen contact meer heeft met eiser omdat deze met onbekende bestemming is vertrokken. Eiser en zijn advocaat zijn ook niet verschenen op de zitting. Verweerder heeft ter zitting bevestigd dat eiser sinds 1 augustus 2023 niet meer in een AZC verblijft.
2. Uit deze feiten en omstandigheden leidt de rechtbank af dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op internationale bescherming in Nederland. Dat betekent dat eiser geen belang meer heeft bij de beoordeling van het beroep in zijn asielzaak.
3. Wegens het ontbrekend procesbelang is het beroep niet-ontvankelijk.
4. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 27 oktober 2023 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.