Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-11-02
ECLI:NL:RBDHA:2023:16764
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,029 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.20165
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. R.E.J.M. van den Toorn),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).
Procesverloop
Bij besluit van 10 juli 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 2 november 2023 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht vooraf, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Overwegingen
1. Vaststaat dat Frankrijk in beginsel verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek van eiser.
2. Eiser stelt in zijn gronden van beroep dat de Franse autoriteiten in het claimakkoord ten onrechte hebben gegarandeerd het verzoek om internationale bescherming van eiser in behandeling te nemen. Eiser heeft namelijk zes verzoeken om internationale bescherming ingediend in Frankrijk en al deze verzoeken zijn afgewezen. Eiser vreest dat een nieuw verzoek om internationale bescherming ook zal worden afgewezen.
3. Het uitgangspunt is dat verweerder in zijn algemeenheid ten opzichte van Frankrijk mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dit volgt ook uit uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling). Het is aan eiser om te onderbouwen dat dit anders is en met concrete aanwijzingen aannemelijk te maken dat hij bij overdracht aan Frankrijk een reëel risico loopt op een behandeling die in strijd is met artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van EU-Handvest omdat de Franse autoriteiten hun internationale verplichtingen niet nakomen.
4. Naar het oordeel van de rechtbank is eiser hierin niet geslaagd. Frankrijk heeft door middel van het claimakkoord gegarandeerd het asielverzoek van eiser in behandeling te nemen in overeenstemming met de internationale verplichtingen. Het enkele feit dat eiser eerder in Frankrijk internationale bescherming heeft verzocht en dat deze verzoeken zijn afgewezen maakt dat niet anders. Eiser heeft bovendien niet aangetoond dat de afwijzing van zijn asielaanvragen in Frankrijk in strijd is geweest met de internationale verplichtingen en richtlijnen. Voor zover eiser stelt dat dat wel het geval is, dient eiser hierover te klagen bij de (hogere) Franse autoriteiten. Niet gesteld of gebleken is dat dit voor hem niet mogelijk zou zijn of dat de Franse autoriteiten hem niet zouden kunnen of willen helpen.
5. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 november 2023 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
Van 21 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:816, 16 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1256 en van 9 maart 2022 ECLI:NL:RVS:2022:715.
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens.
Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
De Opvangrichtlijn, de Kwalificatierichtlijn en de Procedurerichtlijn.