Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-11-07
ECLI:NL:RBDHA:2023:16717
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Vereenvoudigde behandeling
522 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.32899
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam] , verzoeker
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. T. Bruinsma),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. A.A. Wildeboer).
Procesverloop
Bij besluit van 11 oktober 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond. Daarbij heeft de staatssecretaris ook bepaald dat verzoeker niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier, hij geen uitstel van vertrek om medische redenen krijgt, dat hij Nederland onmiddellijk moet verlaten en is hem een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Met toestemming van partijen is een nader onderzoek ter zitting achterwege gebleven. Het onderzoek is gesloten op 2 november 2023.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL23.32898, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.P. Kuiters, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.