Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-10-19
ECLI:NL:RBDHA:2023:15748
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
624 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.29346
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster], verzoekster
geboren op [geboortedatum],
van Turkse nationaliteit,
V-nummer: [vnummer]
(gemachtigde: mr. I. Mercanoglu),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
In het besluit van 30 augustus 2023 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster tegen het primaire besluit niet-ontvankelijk verklaard.
Bij beroepschrift van 11 september 2023 heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het besluit van verweerder van 30 augustus 2023. Dit beroep is geregistreerd onder zaaknummer NL 23.28520. Het verzoek is daarmee connex aan het beroep.
Bij uitspraak van 13 oktober 2023 is het connexe beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Overwegingen
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Op grond van artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
Bij uitspraak van 13 oktober 2023 heeft de rechtbank het hiervoor genoemde door verzoekster ingestelde beroep NL 23.28520 niet-ontvankelijk verklaard. De voorzieningenrechter stelt dan ook vast dat er geen bezwaar- dan wel beroepsprocedure meer loopt, zodat reeds op die grond het verzoek dient te worden afgewezen.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, rechter, in aanwezigheid van B. van der Wiel, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.