Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-10-13
ECLI:NL:RBDHA:2023:15736
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
647 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.20163
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser,
V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. R.E.J.M. van den Toorn),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
(gemachtigde: mr. W. Epema).
Procesverloop
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 12 oktober 2023 op zitting behandeld. Eiser is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Overwegingen
1. Eiser heeft op 26 oktober 2022 een asielaanvraag ingediend. Hieraan heeft hij ten grondslag gelegd dat hij problemen heeft gehad met de broer van zijn vriendin.
2. Verweerder heeft eisers asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Daarbij heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat eisers gestelde problemen met de broer van zijn vriendin ongeloofwaardig zijn, omdat eiser heeft nagelaten dit te onderbouwen. Verder acht verweerder eisers verklaringen hierover tegenstrijdig.
3. Eiser heeft in beroep volstaan met een herhaling van wat in de zienswijze naar voren is gebracht, namelijk dat hij bij terugkeer naar Algerije vreest voor ernstige schade van de broer van zijn vriendin. Verweerder heeft in het bestreden besluit hier gemotiveerd op gereageerd. Nu in beroep niet is aangevoerd waarom het bestreden besluit onjuist is, is het beroep ongegrond.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 12 oktober 2023 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en het proces-verbaal hiervan is openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
Op grond van artikel 31, eerste lid jo. artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).