Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-08-03
ECLI:NL:RBDHA:2023:15735
Civiel recht
Bodemzaak
1,054 tokens
Inleiding
RECHTBANK Den Haag
Team handel
zaaknummer / rolnummer: C/09/649870/HA ZA 23-573
Vonnis van 30 augustus 2023
in de zaak van
OVERLASTREGISTRATIE NEDERLAND B.V. te Den Haag,
eiseres,
advocaat mr. E.F. van Hasselt te Amsterdam,
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon: Rechtspersoon met Wettelijke Taak (RWT) POLITIE (het Landelijk Politiekorps/de Nationale Politie) te Den Haag,
gedaagde,
niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 27 juni 2023, tegen de eerste rolzitting van 5 juli 2023, met producties 1 tot en met 15;
het ter rolzitting van 5 juli 2023 tegen gedaagde verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.
Beoordeling
2.1.
Voor de ingestelde vorderingen en de daartoe gestelde feiten verwijst de rechtbank, gelet op artikel 230 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, kortheidshalve naar de aan dit verstekvonnis gehechte en gewaarmerkte kopie van de dagvaarding.
2.2.
De gevorderde schadevergoeding van kosten voor additionele inspanningen van [Naam], bestuurder van eiseres, ad € 75.000,- (1000 uur x € 75,-) zal de rechtbank afwijzen omdat deze kosten niet zijn gespecificeerd. Of deze kosten in redelijkheid zijn gemaakt, zoals op grond van artikel 6:96 lid 2 sub b BW is vereist om voor vergoeding in aanmerking te komen, kan de rechtbank daardoor niet vaststellen. De gevorderde vergoeding van de kosten van de communicatie-adviseur zal eveneens worden afgewezen. Eiseres stelt dat deze kosten zijn gemaakt ten behoeve van persuitingen in het geschil met de politie. Dat deze post redelijke kosten betreft die zijn gemaakt ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid blijkt daaruit niet.
2.3.
Het gevorderde komt de rechtbank voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor. Daarom zal het gevorderde worden toegewezen, op de wijze zoals in het dictum vermeld.
2.4.
Gedaagde zal, als de hoofdzakelijk in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld. De proceskosten aan de zijde van eiseres worden tot op heden begroot op:
- dagvaarding € 106,73
- griffierecht € 8.519
- salaris advocaat € 4.247 (1 punt × tarief VIII à € 4.247 )
totaal € 12.872,73
De over de proceskosten gevorderde rente zal worden toegewezen op de wijze zoals in het dictum vermeld.
2.5.
Onder de proceskosten vallen ook de nakosten. Deze worden begroot op het bedrag genoemd in het liquidatietarief civiel (€ 173). In geval van betekening worden een extra bedrag aan salaris (€ 90) en de explootkosten van betekening toegekend.
Dictum
De rechtbank:
3.1.
veroordeelt gedaagde tot betaling van € 4.032.267,50 aan eiseres, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling;
3.2.
veroordeelt gedaagde tot betaling van € 6.775,- aan eiseres ter zake van buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling;
3.3.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 12.872,73, en op de onder 2.5 bedoelde nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen te rekenen vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening van de proceskosten;
3.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.J-A. Seinen en in het openbaar uitgesproken op 30 augustus 2023.
Type: 3150