Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-10-13
ECLI:NL:RBDHA:2023:15487
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Vereenvoudigde behandeling
731 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.19656
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
geboren op [geboortedatum],
van Marokkaanse nationaliteit,
V-nummer: [vnummer]
(gemachtigde: mr. P.E.J.M. Bartels),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Eiser heeft tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 9 juni 2023 (het bestreden besluit) beroep ingesteld.
Overwegingen
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
Iemand die beroep instelt, moet in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Dit staat in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb. Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank - na een herstelmogelijkheid - het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
Eiser heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De rechtbank heeft eiser bij brief van 6 juli 2023 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Bij brief van 3 augustus 2023 heeft eiser verzocht om uitstel voor het indienen van de gronden. De rechtbank heeft dit verzoek toegewezen om uiterlijk 4 september 2023 het verzuim te herstellen.
Eiser heeft geen gronden ingediend. De reden hiervoor is dat de gemachtigde van eiser heeft aangegeven bij brief van 5 september 2023 dat er sinds juli jl. geen contact meer is geweest met eiser. Dat is geen verontschuldiging voor dit verzuim.
Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, rechter, in aanwezigheid van B. van der Wiel, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.