Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-09-21
ECLI:NL:RBDHA:2023:15310
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,703 tokens
Inleiding
Rechtbank DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaaksgegevens: C/09/641003 / JE RK 23-63
Datum uitspraak: 21 september 2023
Beschikking van de kinderrechter
Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak naar aanleiding van het op 11 januari 2023 ingekomen verzoekschrift van:
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering
(hierna te noemen: de gecertificeerde instelling),
betreffende:
- [naam01]
, geboren op [geboortedatum01] 2013 te [geboorteplaats01] ,
hierna te noemen: [naam01] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam02] ,
hierna te noemen: de vader,
en
[naam03]
,
hierna te noemen: de moeder
wonende te [woonplaats01] ,
advocaat: mr. E.M. Kooij, te Noordwijkerhout.
Het (verdere) procesverloop
Bij beschikking d.d. 16 maart 2023 heeft de kinderrechter in deze rechtbank de ondertoezichtstelling van [naam01] verlengd van 22 maart 2023 tot 22 maart 2024 en de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam01] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd van 22 maart 2023 tot 22 september 2023. De behandeling van het verzoek ten aanzien van de machtiging tot uithuisplaatsing is voor het overige aangehouden.
De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
- voornoemde beschikking d.d. 16 maart 2023 en de daarin genoemde stukken;
- de schriftelijke update d.d. 11 augustus 2023 met bijlagen van de gecertificeerde instelling;
- de toetsingsbrief van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 6 september 2023;
- het e-mailbericht d.d. 14 september 2023 van de advocaat van de ouders;
- het e-mailbericht d.d. 19 september 2023 met bijlagen van de advocaat van de ouders.
Op 21 september 2023 is de behandeling van de zaak ter zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij zijn verschenen:
[naam04] namens de gecertificeerde instelling;
de ouders, bijgestaan door hun advocaat en [naam05] als hun vertrouwenspersoon.
[naam01] heeft op 10 september 2023 en 15 september 2023 zijn mening kenbaar gemaakt in e-mailberichten aan de kinderrechter, verzonden door zijn begeleider van [A] . [naam01] heeft laten weten dat hij graag naar huis wil.
Feiten
Voor de feiten verwijst de kinderrechter naar de beschikking van 16 maart 2023.
Verzoek
Het verzoek strekt thans nog tot verlenging van de machtiging uithuisplaatsing van [naam01] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de resterende duur van zes maanden. Aan het (gehandhaafde) verzoek ligt het volgende ten grondslag. Op dit moment is er nog geen perspectiefbiedende plek voor [naam01] gevonden. Hij is aangemeld bij verschillende instanties voor gezinshuizen. Er is recent geen diagnostisch onderzoek uitgevoerd. Het laatste onderzoek is uitgevoerd door Curium in 2021. [A] kan een adaptieve vaardigheden lijst afnemen, zodat indien nodig alsnog kan worden onderbouwd dat [naam01] het goed doet in de zorg voor kinderen met LVB, als uiteindelijk blijkt dat er geen sprake is van LVB. [A] wacht hiervoor de resultaten van het intelligentieonderzoek van school af. Deze resultaten zijn nog niet bekend. De gecertificeerde instelling wil de komende periode inzetten op het opnieuw laten uitvoeren van diagnostisch onderzoek. In juni 2023 is [naam01] aangemeld voor een perspectiefonderzoek bij William Schrikker Gezinsvormen naar welke woonvorm het meest passend is. Als het perspectiefonderzoek is afgerond, zal er opnieuw naar het opvoedbesluit worden gekeken. Er zijn op dit moment nog steeds zorgen dat de ouders [naam01] onvoldoende kunnen begrenzen. De ouders vinden het volgens [A] moeilijk om hem te activeren en hij laat thuis nog probleemgedrag zien. Het gezin staat op de wachtlijst voor opvoedondersteuning voor in de weekenden thuis. Hierdoor zal er meer zicht worden verkregen op hoe de weekenden verlopen en kunnen de ouders worden ondersteund. Concluderend is de gecertificeerde instelling van mening dat een thuisplaatsing op dit moment niet in het belang is van [naam01] . [naam01] profiteert van zijn behandeling bij [A] en hij krijgt daar de structuur en begrenzing die hij gezien zijn problematiek nodig heeft. De komende periode zal er worden ingezet op opvoedondersteuning in de thuissituatie, het laten uitvoeren van diagnostisch onderzoek en verder op zoek gaan naar een perspectiefbiedende plek voor [naam01] . Intussen blijft [naam01] in de weekenden en op woensdagmiddag naar zijn ouders gaan.
Namens de ouders heeft hun advocaat het volgende naar voren gebracht. De ouders zijn positief over de inzet van de nieuwe jeugdbeschermer. De jeugdbeschermer is hard aan de slag gegaan om opvoedondersteuning en weekendobservatie in te zetten, maar zij loopt helaas tegen wachtlijsten aan. Als de onderzoeksresultaten van het intelligentieonderzoek bekend zijn, kan het diagnostisch onderzoek plaatsvinden en dan kan er vervolgens worden gekeken naar het woonprofiel van [naam01] . [naam01] is bij verschillende instanties aangemeld voor gezinshuizen. Het Wilma Huis blijkt een goede en duidelijke instantie te zijn als tussenstation. [naam01] heeft veel behoefte aan duidelijkheid. Hij leeft al jaren in onduidelijkheid en daar heeft hij last van. Het is daarom belangrijk dat er snel duidelijkheid komt over zijn perspectief. De ouders willen dat er een nieuw opvoedbesluit wordt gemaakt en dat [naam01] naar huis komt met de nodige begeleiding, hulpverlening en dagbesteding.
De ouders stemmen in met een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van een half jaar, zodat de maatregel gelijkloopt met de ondertoezichtstelling en er in de tussentijd wordt gewerkt aan de aandachtspunten.
De moeder heeft daaraan toegevoegd dat de oude school van [naam01] de onderzoeksresultaten van het intelligentieonderzoek nog niet heeft gedeeld. De nieuwe school van [naam01] komt wekelijks bij hen thuis en bericht hen tweemaal per week over hoe het op school gaat. [naam01] ervaart stress doordat hij niet weet waar hij aan toe is en dat uit hij in brutaal gedrag. De ouders zien co-ouderschap voorlopig wel zitten, waarbij [naam01] het grootste gedeelte van de week thuis is.
De vader heeft aangegeven dat [naam01] graag langer naar school wil. Hij gaat nu slechts drie uurtjes per dag.
Beoordeling
De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:265b, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor een machtiging tot uithuisplaatsing nog aanwezig zijn.
Daarbij overweegt de kinderrechter dat in de beschikking van 16 maart 2023 reeds is overwogen dat er nieuw diagnostisch onderzoek en een intelligentieonderzoek moet plaatsvinden en dat dan opnieuw naar het opvoedbesluit moet worden gekeken. Daarbij moest ook worden meegenomen hoe de weekenden waarin [naam01] bij de ouders verblijft verlopen. Uit de stukken en het besprokene ter zitting is gebleken dat de resultaten van het intelligentieonderzoek nog niet bekend zijn en dat er nog geen diagnostisch onderzoek heeft plaatsgevonden. Ook is de opvoedondersteuning en de weekendobservatie in de thuissituatie van de ouders nog niet gestart.
De resultaten van het intelligentieonderzoek zijn noodzakelijk voor de uitvoering van het diagnostisch onderzoek, het opstellen van het woonprofiel en de perspectiefbepaling. Het is dan ook van groot belang dat deze resultaten zo spoedig mogelijk worden verkregen, zodat de overige onderzoeken in gang kunnen worden gezet. De kinderrechter verzoekt de jeugdbeschermer daarom met klem om de resultaten bij (oude) school van [naam01] op te vragen om verdere vertraging te voorkomen. In afwachting van eerdergenoemde onderzoeken zal de kinderrechter het resterende deel van het verzoek toewijzen, zodat [naam01] voorlopig bij [A] kan blijven wonen. De komende periode is het belangrijk dat het diagnostisch onderzoek en het perspectiefonderzoek in gang worden gezet en dat de opvoedondersteuning in de thuissituatie bij de ouders wordt opgestart. Binnen de komende zes maanden
moet
er duidelijkheid zijn over het perspectief van [naam01] en de (on)mogelijkheden van een (verdere) thuisplaatsing.
Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing verlengen voor de resterende duur van zes maanden.
De kinderrechter overweegt tot slot dat zij het belangrijk vindt om [naam01] uit te leggen wat zij heeft beslist. Zij heeft hem daarom een e-mail laten sturen met de volgende inhoud:
Beste [naam01] ,
Jij hebt me twee keer gemaild om mij te vertellen dat je graag weer bij je vader en moeder wil wonen. Dat begrijp ik goed.
Nu woon je door de week bij [A] en ga je op woensdag en in het weekend naar huis. Ik heb gehoord dat je het leuk vindt thuis om met de hond te wandelen en dat je graag naar zwemles gaat.
Je woont nu door de week bij [A] , omdat mensen die daar verstand van hebben zeggen dat dat goed voor je is. Daar krijg je hulp bij dingen die nu en later belangrijk zijn, zoals met het op tijd en gezond eten en drinken en je aan afspraken houden. Ik heb beslist dat dat voorlopig nog even zo blijft. Je vader en moeder vinden dat ook een goed idee.
De komende maanden gaan mensen opnieuw kijken wat jij nodig hebt om groot te worden en of je weer helemaal thuis kunt gaan wonen. Ik vind het vooral voor jou en je vader en moeder belangrijk dat dit zo snel mogelijk duidelijk wordt. Dat duurt tot uiterlijk 22 maart 2024, vlak na je volgende verjaardag. Ik hoop dat je het intussen fijn hebt op je nieuwe school, bij [A] en als je bij je vader en moeder bent.
Dictum
De kinderrechter:
verlengt de aan William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering verleende machtiging [naam01] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder 22 september 2023 tot 22 maart 2024, zijnde de duur van de ondertoezichtstelling;
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 september 2023 door mr. M.F. Baaij, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.D.C. Donker Ladrón de Guevara als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 10 oktober 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van
het gerechtshof Den Haag.