Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-08-18
ECLI:NL:RBDHA:2023:14919
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,216 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.22643
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser V-nummer: [V nummer]
(gemachtigde: mr. P.R.L.V.M. Kruik), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M. Janssen).
Procesverloop
Bij besluit van 7 augustus 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 14 augustus 2023 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen Z. Jgamadze. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiser heeft de Georgische nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1992.
2. Eiser voert aan dat hij ten onrechte is beschouwd als een gevaar voor de openbare orde.
3. De rechtbank overweegt als volgt. Verweerder heeft artikel 66a, zevende lid en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) niet aan eiser tegengeworpen. Deze beroepsgrond behoeft daarom geen bespreking.
4. Eiser voert aan dat het inreisverbod geen gronden bevat, althans geen opgave van de redenen waarom aan eiser een inreisverbod is opgelegd.
5. De rechtbank stelt vast dat het inreisverbod is opgelegd op grond van artikel 66a, eerste lid en onder b, van de Vw. Verweerder heeft terecht aangevoerd dat eiser geen gevolg heeft gegeven aan het terugkeerbesluit van 24 oktober 2022. De beroepsgrond slaagt niet.
6. Eiser stelt dat hij wel gevolg heeft willen geven aan het terugkeerbesluit van 24 oktober 2022. Hij wist niet dat hij de EU moest verlaten en is daarom naar Frankrijk gegaan. Volgens eiser was er daarom geen grondslag om hem nu een inreisverbod op te leggen.
7. De rechtbank kan eiser hierin niet volgen. Het terugkeerbesluit van
24 oktober 2022 is aan eiser uitgereikt. Het vermeldt duidelijk dat hij het grondgebied van de EU, EER en Zwitserland dient te verlaten. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat eiser op de hoogte was van deze verplichting. Verweerder heeft terecht aangevoerd dat eiser geen gevolg heeft gegeven aan deze verplichting.
8. Eiser stelt dat het terugkeerbesluit van 24 oktober 2022 niet rechtmatig is opgelegd, omdat er onduidelijkheid zou bestaan over de precieze datum van dit besluit. Verder stelt eiser dat verweerder er ten onrechte vanuit gaat dat er een risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht op vreemdelingen zal onttrekken. Er is dus geen grondslag voor het terugkeerbesluit.
9. De rechtbank oordeelt dat het terugkeerbesluit van 24 oktober 2022 inmiddels vast staat en dat de rechtmatigheid van dat besluit thans niet ter beoordeling voor ligt. De beroepsgronden tegen het terugkeerbesluit treffen dan ook geen doel.
10. Eiser voert aan dat hij medische klachten heeft en diazepam gebruikt. Hij wil zich in Frankrijk onder medische behandeling laten stellen en heeft contact met zijn vader, die in Griekenland woont. Verweerder heeft dit niet meegewogen. Het inreisverbod is volgens eiser daarom onzorgvuldig tot stand gekomen.
11. De beroepsgrond faalt. Eiser heeft in het gehoor voorafgaande aan het opleggen van het inreisverbod niet aangegeven dat hij diazepam gebruikt. De overige omstandigheden die eiser heeft aangevoerd heeft verweerder kenbaar betrokken in de beoordeling. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder voldoende gemotiveerd waarom in de aangevoerde omstandigheden geen aanleiding is gezien om af te wijken van het uitgangspunt dat het inreisverbod geldt voor de duur van twee jaar1.
12. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier.
1 Zie artikel 6.5a, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
18 augustus 2023
Documentcode: [Documentcode]
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.