Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-08-15
ECLI:NL:RBDHA:2023:14881
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,539 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht
zaaknummers: NL23.21052 en NL23.21089
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiser 1] en [eiser 2], V-nummers: [V-nummer] en [V-nummer] , eisers (gemachtigde: mr. D. de Heuvel),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, (gemachtigde: mr. S. Vreugdehil-Brock).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eisers tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris heeft de aanvragen met de bestreden besluiten van 21 juli 2023 niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de aanvraag.
1.1.
De rechtbank heeft de beroepen op 8 augustus 2023 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de staatssecretaris.
Beoordeling
2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen van eisers omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de asielaanvragen van eisers. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eisers hebben aangevoerd, de beroepsgronden.
3. De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond. Dat betekent dat eisers ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van hun aanvragen in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de staatssecretaris een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.1 In dit geval heeft Nederland bij Duitsland verzoeken om terugname gedaan, die zijn aanvaard.
Tekortkomingen in de asielprocedure
1. Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
5. Eisers voeren verder aan dat sprake is van tekortkomingen van de asielprocedure in Duitsland. In Duitsland is hun asielaanvraag afgewezen, en zij kregen geen advocaat toegewezen gedurende de asielprocedure.
6. De rechtbank oordeelt als volgt. De staatssecretaris mag er, op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, in beginsel van uitgaan dat Duitsland zijn internationale verplichtingen nakomt. Het is aan eisers om aannemelijk te maken dat dit in hun geval niet kan. De enkele stelling van eisers dat zij geen advocaat hebben gehad, leidt niet tot het oordeel dat Duitsland zijn internationale verplichtingen niet nakomt. Eisers hebben hun standpunt op geen enkele wijze onderbouwd.
Voor zover dit wel het geval zou zijn geldt dat gefinancierde rechtsbijstand geen verplichting is. Artikel 20, derde lid, van de Procedurerichtlijn biedt lidstaten expliciet de mogelijkheid om geen kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging aan te bieden wanneer het beroep volgens de rechterlijke instantie of een andere bevoegde autoriteit geen reële kans van slagen heeft. De rechtbank ziet daarom in hetgeen eisers hebben aangevoerd geen grond voor het oordeel dat Duitsland in strijd handelt met deze richtlijn en dat eisers in Duitsland een effectief rechtsmiddel wordt onthouden. De beroepsgrond slaagt niet.
Persoonlijke problemen
7. Eisers voeren aan zij problemen hebben met familieleden in Duitsland, wat ook heeft geleid tot geweld. Zij vrezen daarom voor terugkeer naar Duitsland. Dit had voor de staatssecretaris aanleiding moeten zijn om hun asielaanvragen in behandeling te nemen.
8. De beroepsgrond slaagt niet. Er is niet gebleken dat de Duitse autoriteiten eisers zo nodig niet kunnen of willen beschermen indien zij dit zouden vragen. Eiser verklaart dat hij geen aangifte heeft gedaan, om te voorkomen dat het probleem groter zou worden. Ook eiseres is niet naar de politie gegaan. Reeds hierom hoefde de staatssecretaris de verzoeken niet aan zich te trekken.
Medische omstandigheden
9. Eisers voeren aan dat overdracht achterwege moet blijven vanwege de gezondheidsproblemen van eiser.
10. De staatssecretaris heeft zich hierover op goede gronden op het standpunt gesteld dat, als een medische behandeling nodig zou zijn eiser dat in Duitsland kan melden, waar in beginsel dezelfde medische voorzieningen zijn. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie
11. De staatssecretaris heeft de aanvragen op goede gronden buiten behandeling gesteld. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat eisers geen gelijk krijgen. Eisers krijgen geen vergoeding van hun proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J.M. Mol, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
15 augustus 2023
Documentcode: [documentcode]
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.