Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-09-26
ECLI:NL:RBDHA:2023:14555
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Vereenvoudigde behandeling
964 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 23/9159
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 september 2023 in de zaak tussen
[naam], eiser,
geboren op [geboortedatum]
van Syrische nationaliteit,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: I. Saffaf),
en
De minister van Buitenlandse Zaken, namens deze; Procesvertegenwoordiging IND, verweerder.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op het bezwaar van 8 mei 2023.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen.
Is het beroep ontvankelijk en gegrond?
3. Eiser heeft op 8 mei 2023 gemaakt tegen het primaire besluit van 6 april 2023, verzonden op 12 april 2023 waarin de aanvraag om afgifte van een visum voor kort verblijf is geweigerd. Op grond van artikel 69 van de Vreemdelingenwet geldt een termijn voor het indienen van bezwaar van vier weken. Dit betekent dat de termijn om te beslissen op het bezwaar op 10 mei 2023 is aangevangen. Verweerder heeft in de ontvangstbevestiging van
8 mei 2023 medegedeeld dat verweerder gebruik maakt van de mogelijkheid om de beslistermijn te verdagen.
Verweerder heeft daarbij opgemerkt dat verweerder binnen twaalf weken na het verstrijken van de termijn waarbinnen bezwaar kon worden gemaakt een beslissing zal nemen op het bezwaarschrift. De beslistermijn is daarmee geëindigd op 2 augustus 2023. Eiser heeft verweerder op 27 juli 2023 in gebreke gesteld. Op het moment van de ingebrekestelling was de beslistermijn nog niet verstreken. Als de betrokkene de ingebrekestelling te vroeg stuurt, is het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk kan beoordelen
4. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet kan beoordelen.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W. de Jonge, rechter, in aanwezigheid van A.J. Kinds, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van de Awb.