Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-09-21
ECLI:NL:RBDHA:2023:14282
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
820 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.27897
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak van 21 september 2023 tussen
[eiser], v-nummer: [v-nummer], eiser
(gemachtigde: mr. M.K. Bhadai),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het voortduren van de aan hem opgelegde maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) en het verzoek om schadevergoeding. Deze maatregel is opgelegd op 7 augustus 2023.
1.1.
De rechtbank heeft deze maatregel van bewaring eerder getoetst. Op het eerste beroep is beslist bij uitspraak van 29 augustus 2023. Op het eerste vervolgberoep is beslist bij uitspraak van 13 september 2023.
1.2.
De staatssecretaris heeft de maatregel van bewaring op 1 september 2023 opgeheven, omdat aan eiser direct en aansluitend een nieuwe maatregel van bewaring is opgelegd.
1.3.
De staatssecretaris heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hier op gereageerd.
1.4.
De rechtbank heeft het vooronderzoek op 14 september 2023 gesloten en bepaald dat de zaak niet op zitting wordt behandeld.
Beoordeling
2. De rechtbank ziet zich, ambtshalve toetsend, in dit geval geplaatst voor de vraag of eiser ontvankelijk is in zijn beroep. De rechtbank stelt vast dat dit vervolgberoep op 7 september 2023 is ingesteld. De rechtbank stelt ook vast dat eiser op 1 september 2023 het eerste vervolgberoep heeft ingesteld tegen de voortduring van de maatregel die op 7 augustus 2023 is opgelegd. Ten tijde van indienen van het onderhavige beroep was nog niet beslist op het eerste vervolgberoep. Hierover is geoordeeld bij uitspraak van 13 september 2023. Op 19 september 2023 is contact geweest met de gemachtigde. Bij die gelegenheid heeft de gemachtigde te kennen gegeven onderhavige vervolgberoep in te trekken. Dit heeft gemachtigde echter niet gedaan. Hij heeft echter ook op geen enkele manier toegelicht waarom het beroep toch wordt gehandhaafd. De ingediende beroepsgronden zijn ook identiek aan de beroepsgronden die in het eerste vervolgberoep zijn ingediend.
3. Nu dit vervolgberoep betrekking heeft op een periode van bewaring die reeds getoetst is, is de rechtbank van oordeel dat eiser geen procesbelang heeft bij dit beroep. De rechtbank zal het beroep dan ook niet-ontvankelijk verklaren.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, rechter, in aanwezigheid van mr. N. El Amrani, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Rb. Den Haag (zp. Arnhem) 29 augustus 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:13627.
Rb. Den Haag (zp. Arnhem) 13 september 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:13978.