Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-08-29
ECLI:NL:RBDHA:2023:13715
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,873 tokens
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.11234
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. C.G.J.M. Lucassen), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: G. Lombarts).
Inleiding
Op 28 april 2021 heeft de moeder van eiser, mevrouw [referente] (referente), een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 19 juli 2021 afgewezen, omdat er geen sprake is van beschermenswaardig familie- of gezinsleven tussen eiser en referente en de belangenafweging in het nadeel van eiser uitvalt. Met de beslissing op bezwaar van 16 maart 2023 (het bestreden besluit) is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
De rechtbank heeft het beroep van eiser op 29 augustus 2023 op zitting behandeld. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Ook was referente aanwezig.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. De motivering van die uitspraak is hierna vermeld onder de beslissing.
Beoordeling
1. Om te beoordelen of de aanvraag terecht is afgewezen, zijn er twee stappen van belang. Allereerst gaat het erover of sprake is van beschermenswaardig familie- of gezinsleven en in relatie hiermee of het jongvolwassenenbeleid van toepassing is. Vervolgens moet nog een belangenafweging plaatsvinden.
Beschermenswaardig familie- of gezinsleven
2. Beschermenswaardig familie- of gezinsleven tussen twee volwassenen wordt in principe alleen aangenomen als er sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie. Dit is alleen anders als het jongvolwassenenbeleid van toepassing is. Hiervoor gelden een aantal criteria, namelijk dat het meerderjarige kind jongvolwassen is, met de ouder(s) in gezinsverband samenleeft, niet in zijn eigen onderhoud voorziet en geen zelfstandig gezin heeft gevormd.1
3. In deze zaak gaat het eiser om de criteria het samenleven met de ouder(s) in gezinsverband en het niet in eigen onderhoud voorzien. De rechtbank komt tot de conclusie dat verweerder terecht tegenwerpt aan eiser dat hij niet aan deze criteria voldoet. Eiser en referente hebben sinds 1996 (zijn eerste levensjaar) niet meer samengewoond. Referente is zonder eiser naar Angola vertrokken en heeft ervoor gekozen eiser in Congo bij familie achter te laten. Ze had er ook voor kunnen kiezen om eiser mee te nemen of om bij eiser in Congo te blijven. Dat dit geen keuze was maar een gedwongen scheiding volgt de rechtbank niet. Referente heeft pas in deze procedure naar voren gebracht dat zij werd bedreigd door haar ex-partner. Dit heeft zij niet onderbouwd en ook nooit in één van de eerdere procedures genoemd. De stelling dat referente iedereen kwijt was in Congo is eveneens niet eerder naar voren gebracht en niet nader onderbouwd. Ook de grond dat referente door verschillende verblijfsprocedures nu pas aan de voorwaarden voor een aanvraag om gezinshereniging kon voldoen, maakt het voorgaande niet anders. Verweerder kijkt naar het moment van binnenkomst van referente in Nederland en de situatie ten tijde van het vertrek van referente uit het land van herkomst of waar zij bestendig verbleef. Er is een behoorlijk tijdsverloop sinds het jaar (2001) dat referente naar Nederland is gekomen en er was al lange tijd daarvoor geen sprake meer van samenwonen met eiser.
4. Verweerder heeft verder voldoende gemotiveerd dat geen sprake is van een situatie waarin eiser niet in zijn eigen onderhoud voorziet. Hij was op het moment van de aanvraag immers al 25,5 jaar oud, heeft zijn diploma gehaald en woont al sinds zijn eerste levensjaar in Congo met andere familie. Dat referente stelt financiële steun te bieden maakt dit niet anders, waarbij overigens de documenten ter ondersteuning van de betalingen van te slechte kwaliteit zijn om hier iets uit af te kunnen leiden.
5. Dat betekent dat verweerder terecht heeft geconcludeerd dat het jongvolwassenenbeleid niet van toepassing is. Het standpunt van eiser dat het niet toepassen van het jongvolwassenenbeleid in deze zaak in strijd is met het evenredigheidsbeginsel slaagt niet. Uit de toelichting hierop op de zitting blijkt dat het eiser in dit verband met name om de belangenafweging gaat.
6. Aangezien het jongvolwassenenbeleid niet van toepassing is, moet om alsnog beschermenswaardig familie- of gezinsleven aan te nemen dus sprake zijn van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie. Die is er volgens verweerder niet. Aangezien eiser niet opkomt tegen deze beoordeling van verweerder, behoeft dit geen bespreking.
Belangenafweging
7. De rechtbank overweegt dat verweerder alle betrokken belangen zorgvuldig heeft afgewogen en voldoende heeft gemotiveerd dat het belang van eiser niet opweegt tegen de belangen van de Nederlandse overheid. In lijn hiermee slaagt ook de beroepsgrond over het
1. Paragraaf B7/3.8.1 Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000).
evenredigheidsbeginsel niet. Anders dan eiser stelt, heeft verweerder het dienstverband en de inkomsten van referente wel betrokken, zij het dat verweerder gelet op de aard van het contract de duurzaamheid van de inkomsten niet kan vaststellen. Daarnaast heeft verweerder de belangen van de andere kinderen van referente betrokken in zijn afweging. Zo heeft verweerder weliswaar geen objectieve belemmering aangenomen om gezinsleven uit te voeren in Congo, maar heeft daarin meegenomen dat twee van de kinderen van referente in Nederland al meerderjarig zijn en het andere kind bij vader zou kunnen wonen. Het is dus niet gezegd dat de kinderen mee naar Congo zouden moeten. Dat er sprake zou zijn van schrijnende gevolgen is tot slot niet concreet gemaakt of gebleken.
Conclusie
8. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Voor een vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
9. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 augustus 2023 door mr. A.A.M. Elzakkers, rechter, in aanwezigheid van mr. S. van den Broek, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
08 september 2023
Documentcode: [documentcode]
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. U ziet deze datum hierboven.