Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-09-11
ECLI:NL:RBDHA:2023:13681
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,500 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.23576
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser,
geboren op [geboortedatum] ,
van Servische nationaliteit,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. E.J.P. Cats)
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
(gemachtigde: mr. S. Alberts).
Procesverloop
Bij besluit van 17 augustus 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Op 25 augustus 2023 zijn de gronden van beroep ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met zaaknummer NL23.23603, plaatsgevonden op 7 september 2023. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Tevens was een tolk aanwezig. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiser heeft tijdens het gehoor veilig land van herkomst van 14 augustus 2023 naar voren gebracht dat hij zich tot de Servische bevolkingsroep rekent en christelijk-orthodox is. Verder stelt eiser een opleiding te hebben gevolgd en te hebben gewerkt in de bouw en restaurants en altijd in een huurhuis te hebben gewoond. Volgens eiser heeft hij begin mei 2023 Servië verlaten, heeft hij in Nederland naar werk gezocht en uiteindelijk op 28 juli 2023 asiel aangevraagd. Daarbij is naar voren gebracht dat bij zijn opa en oma een oproep voor het leger is achtergelaten en dat hij door zijn achternaam veel problemen heeft gehad.
Het bestreden besluit
2. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:
- identiteit, nationaliteit en herkomst;
- problemen wegens de oproep voor militaire dienst;
- problemen wegens niet-Servische achternaam.
Verweerder heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig geacht.
De gestelde oproep is niet geloofwaardig geacht, omdat er sinds 2011 in Servië geen dienstplicht meer geldt. Verweerder is enkel bekend met een oproep van het Servische ministerie van defensie aan alle 19 tot 30-jarigen om zich op vrijwillige basis aan te melden bij het leger en wijst er op dat eiser niet met documenten heeft onderbouwd dat in zijn geval wel sprake is van een verplichte oproep. Verder heeft verweerder meegewogen dat eiser begin mei Nederland is ingereisd, maar pas op 28 juli asiel heeft aangevraagd.
Met betrekking tot de niet-Servische achternaam is overwogen dat eiser niet heeft onderbouwd dat of waarom zijn achternaam in het bijzonder voor veel problemen zou zorgen. Daarbij is onder meer gewezen op het Human Rights Report Serbia 2022 van US Department of State. Verweerder heeft verder gewezen op verklaringen van eiser, waaruit blijkt dat hij toegang had tot de arbeidsmarkt en huisvesting. Tot slot is er op gewezen dat eiser enerzijds wijst op zijn achternaam en anderzijds stelt dat 80% van de bevolking hetzelfde overkomt.
Eiser heeft volgens verweerder niet aannemelijk gemaakt dat hij gegronde reden heeft om te vrezen voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag en dat een gedwongen terugkeer een reëel en voorzienbaar risico van schending van artikel 3 van het EVRM met zich mee brengt.
Geloofwaardigheid relevante elementen
3. De rechtbank stelt vast dat de door eiser gestelde problemen wegens de oproep voor militaire dienst op generlei wijze zijn onderbouwd. Eiser stelt dat hij via de media heeft vernomen dat er verplichte oproepen de deur uitgaan, zonder die berichten te overleggen. Eiser stelt verder een dergelijke oproep te hebben ontvangen, zonder die oproep in te brengen. Hetgeen eiser naar voren heeft gebracht kan dan ook niet afdoen aan de door verweerder gegeven motivering.
4. De rechtbank is verder van oordeel dat eiser met het in beroep overgelegde artikel uit 2020 onvoldoende heeft ingebracht om af te kunnen doen de door verweerder gegeven motivering over de gestelde problemen vanwege zijn achternaam. Dit artikel gaat niet over problemen vanwege niet-Servische achternamen en kan ook anderszins geen afbreuk doen aan de door verweerder gegeven motivering.
Veilig land van herkomst
5. Niet in geschil is dat Servië in algemene zin een veilig land van herkomst is.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) heeft overwogen dat de aanwijzing van een veilig land van herkomst betekent dat een algemeen rechtsvermoeden bestaat dat vreemdelingen uit dat land geen internationale bescherming nodig hebben (zie de uitspraak van 22 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3605). Eiser heeft geen argumenten ingebracht om aan vorenstaande af te kunnen doen.
6. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser kunnen afwijzen als kennelijk ongegrond. Op grond van artikel 62, tweede lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000 heeft verweerder daarom aan eiser een vertrektermijn mogen onthouden. Op grond van artikel 66a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000 gaat dit gepaard met de uitvaardiging van een inreisverbod (voor de duur van twee jaren).
7. Het beroep is ongegrond.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W. Wassink, rechter, in aanwezigheid van
mr. P.C.J. Lindeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.