Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-08-28
ECLI:NL:RBDHA:2023:13586
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,427 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.17710
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 augustus 2023 in de zaak tussen
[eiser] , v-nummer: [nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. C.H.M. Geraedts),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Eiser stelt van Marokkaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 2000. Hij heeft op 4 mei 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De staatssecretaris heeft met het bestreden besluit van 16 juni 2023 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.
1.1.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.
Beoordeling
2. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de asielaanvraag. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
3. Het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het asielrelaas
4. Eiser legt aan zijn asielaanvraag ten grondslag dat hij atheïst is en daardoor problemen heeft ondervonden in Marokko. In 2017 is hij vanwege zijn atheïsme weggestuurd van een voetbalclub en ook is hij op de middelbare school mishandeld. Tijdens zijn werk op een schip is hij bedreigd en uitgescholden door een collega die er niet van gediend was dat eiser ongelovig is. Verder is hij in [plaats] aangehouden, omdat hij in een café aan het eten was tijdens de ramadan. Dit zou ook zijn gefotografeerd door de pers en een video van deze aanhouding is op YouTube geplaatst. Hij zou vóór deze aanhouding zijn mishandeld door omstanders in het café.
Het bestreden besluit
5. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de staatssecretaris de volgende relevante elementen: (1) identiteit, nationaliteit en afkomst en (2) problemen door atheïsme.
6. De staatssecretaris heeft de identiteit, nationaliteit en afkomst van eiser geloofwaardig geacht. De problemen van eiser door zijn atheïsme acht de staatssecretaris deels geloofwaardig. Hij stelt dat het geloofwaardig is dat eiser atheïst is en daardoor problemen ondervindt in de Marokkaanse maatschappij. De staatssecretaris acht het ook geloofwaardig dat hij in 2017 vanwege zijn atheïsme is weggestuurd van een voetbalclub. Het is volgens de staatssecretaris echter niet aannemelijk dat eiser op de middelbare school is mishandeld als gevolg van zijn atheïsme. Wel gelooft de staatssecretaris dat eiser tijdens zijn werk op een schip om deze reden is bedreigd en uitgescholden. Niet geloofwaardig acht de staatssecretaris dat eiser tijdens het eten in een café gedurende de ramadan is mishandeld en opgepakt.
Heeft de staatssecretaris het bestreden besluit voldoende gemotiveerd?
7. Eiser betoogt dat het besluit van de staatssecretaris op verschillende punten onvoldoende is gemotiveerd. Hij stelt dat een tegenspraak over de gebeurtenissen in en buiten het restaurant (café) ten onrechte tegen hem worden gebruikt. Hij stelt al tijdens het gehoor te hebben verklaard dat de mishandeling door omstanders voorafgaand aan zijn aanhouding in het café gebeurde en niet buiten, waardoor dit niet op de videobeelden te zien is. Eiser herhaalt verder nog dat hij bij meerdere gelegenheden vanwege zijn atheïsme zodanig is bejegend dat dit voor hem niet meer leefbaar werd. Eiser stelt tot slot dat hij nog niet beschikt over nadere informatie en bewijsstukken en dat hij deze later in zal brengen.
7.1.
Dit betoog slaagt niet. Eiser benoemt verschillende punten waarop het besluit van de staatssecretaris onvoldoende gemotiveerd zou zijn, maar geeft hierbij geen uitleg of nieuwe bewijsstukken die dit standpunt onderbouwen. Hij heeft na het indienen van zijn beroepsgronden ook geen nieuwe bewijsstukken meer aangeleverd over zijn aanhouding, de mishandeling en andere gebeurtenissen waarbij hij zou zijn bejegend.
Conclusie
8. De staatssecretaris heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.W.B. Heijmans, rechter, in aanwezigheid van mr. D. Steenbeek, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht maakt dat mogelijk.