Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-08-30
ECLI:NL:RBDHA:2023:13305
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
744 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.23741
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], verzoeker,
V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. R. Deniz),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 17 augustus 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan verzoeker de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
Verweerder heeft op 22 augustus 2023 de maatregel van bewaring opgeheven. Bij brief van 25 augustus 2023 heeft verweerder meegedeeld bereid te zijn aan verzoeker een schadevergoeding te betalen en de proceskosten te vergoeden.
Verzoeker heeft op 29 augustus 2023 het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
Overwegingen
1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Awb zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
2. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
3. Nu verweerder heeft toegezegd de proceskosten te vergoeden zal de rechtbank verweerder hierin volgen.
4. De rechtbank wijst het verzoek toe en veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 837 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837 en een wegingsfactor 1).
Dictum
De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 837 (achthonderdzevenendertig euro).
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.
Vreemdelingenwet 2000.
Algemene wet bestuursrecht.
Besluit proceskosten bestuursrecht.