Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-07-26
ECLI:NL:RBDHA:2023:13126
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,117 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: AWB 22/6805 en 23/1733
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 juli 2023 in de zaken tussen
[eiseres], geboren op [geboortedatum] 1961, van Britse nationaliteit, eiseres
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. K.L. Sett),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. M. Ruijzendaal).
Procesverloop
Op 31 oktober 2022 heeft verweerder kort voor haar vlucht naar Hong Kong tijdens de uitreiscontrole op de grensdoorlaatpost op Schiphol vastgesteld dat eiseres geen rechtmatig verblijf (meer) heeft.
Bij besluit van 31 oktober 2022 heeft verweerder eiseres opgedragen de Europese Unie binnen een termijn van 28 dagen te verlaten (hierna: het terugkeerbesluit).
Tevens heeft verweerder op 31 oktober 2022 het voornemen geuit eiseres een inreisverbod op te leggen. Eiseres heeft op 23 november 2022 een zienswijze ingediend tegen dit voornemen.
Bij besluit van 25 januari 2023 heeft verweerder aan eiseres een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar (hierna: het inreisverbod).
Eiseres heeft tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod beroep ingesteld. Het beroep tegen het terugkeerbesluit is geregistreerd onder zaaknummer AWB 22/6805. Het beroep tegen het inreisverbod is geregistreerd onder het zaaknummer AWB 23/1733.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft gevoegd plaatsgevonden op 1 juni 2023. Partijen hebben zich ter zitting laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.
Overwegingen
Inzake het beroep tegen het terugkeerbesluit (AWB 22/6805)
1. Eiseres voert in beroep primair aan dat het terugkeerbesluit onzorgvuldig tot stand is gekomen en ondeugdelijk is gemotiveerd. Eiseres is niet in haar taal gehoord. Ook heeft eiseres niet in haar taal de betreffende stukken ontvangen. Eiseres spreekt geen Engels, zij is alleen de Chinese taal (Kantonees) machtig. Er is geen tolk bij het gesprek geweest om voor eiseres te vertalen. Eiseres heeft slechts een formulier ‘vertaling gehoor terugkeerbesluit’ voorgehouden gekregen met het verzoek door alle ‘yes’ een streep te zetten en haar adresgegevens en e-mail in te vullen. Eiseres is niet in de gelegenheid gesteld haar zienswijze kenbaar te maken. Zij heeft ook niet schriftelijk te kennen gegeven daar geen belang aan te hechten.
2. Volgens verweerder heeft de voornemenprocedure conform de werkwijze uit paragraaf A4/2.4.3 van de Vreemdelingencirculaire (Vc) zorgvuldig plaatsgevonden. De betreffende stukken, inclusief het formulier ‘gehoor terugkeerbesluit’ en de ‘informatiefolder voornemen inreisverbod’ worden door de Koninklijke Marechaussee (KMAR) uitgereikt in de taal die de vreemdeling spreekt. Dat de dossierstukken in het Nederlands zijn, en erboven staat ‘Voornemenprocedure Engels’, maakt dat niet anders. De KMAR heeft de formulieren in alle talen beschikbaar.
3. De beroepsgrond slaagt. Daartoe overweegt en oordeelt de rechtbank als volgt.
4. Ter zitting is onweersproken gesteld dat eiseres de Engelse taal niet machtig is en alleen Kantonees spreekt.
5. De Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) heeft in de uitspraak van 19 januari 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:89) bevestigd dat de werkwijze als opgenomen in paragraaf A4/2.4.3 van de Vc, betreffende de voornemenprocedure aan de grensdoorlaatpost, niet in strijd is met de Terugkeerrichtlijn. In deze uitspraak is de ABRvS uitgegaan van de ter zitting door verweerder toegelichte werkwijze (rechtsoverweging 3.1.). Daaruit volgt onder meer dat, indien de volledige procedure niet kan worden afgerond voordat het vliegtuig vertrekt, de vreemdeling voor het nemen van een terugkeerbesluit een vragenformulier in zijn taal krijgt. Indien de vreemdeling daarop aangeeft geen gehoor te wensen, wordt hem het terugkeerbesluit uitgereikt alsmede een voornemen voor een inreisverbod in de vorm van een standaardformulier in zijn taal.
6. De rechtbank kan op basis van de dossierstukken en de toelichting van verweerder ter zitting niet vaststellen dat eiseres in haar taal (Kantonees) is gehoord en dat in haar taal de stukken zijn overgelegd. Uit de dossierstukken volgt dat het terugkeerbesluit op 31 oktober 2022 om 10.00 uur door de KMAR, brigade grensbewaking, is uitgereikt aan eiseres. Bovenaan het terugkeerbesluit staat ‘Voornemenprocedure Engels’ en ‘Uitreiken aan betrokkene’. Het terugkeerbesluit is in het Nederlands opgesteld en in het Nederlands met pen ingevuld. Verder bevinden zich in het dossier een formulier ‘Gehoor terugkeerbesluit’, ‘Terugkeerbesluit’, ‘Voornemen Inreisverbod’, ‘Proces-Verbaal van bevindingen voornemenprocedure inreisverbod’ en een ‘Informatiefolder voornemen inreisverbod’. Bovenaan voornoemde stukken is vermeld ‘Voornemenprocedure Engels’ en ‘dossier exemplaar’. Alle voornoemde stukken zijn in het Nederlands opgesteld en in de Nederlandse taal met pen ingevuld. Onder punt 11 van het ‘Proces-verbaal van bevindingen voornemenprocedure inreisverbod’ is een kruisje gezet bij Engels als zijnde de taal waarin het terugkeerbesluit en het inreisverbod is uitgereikt.
7. Uit de voornoemde dossierstukken blijkt niet dat verweerder het terugkeerbesluit conform de werkwijze uit paragraaf A4/2.4.3 van de Vc heeft genomen. De enkele algemene stelling van verweerder dat de KMAR de betreffende stukken, inclusief het formulier ‘gehoor terugkeerbesluit’ en de ‘informatiefolder voornemen inreisverbod’, in alle talen heeft en dat als eiseres heeft aangegeven enkel Chinees te spreken, het betekent dat deze stukken tevens in het Chinees aan haar zijn uitgereikt, is onvoldoende voor een ander oordeel. Het terugkeerbesluit is daarmee in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht niet zorgvuldig voorbereid en komt voor vernietiging in aanmerking. Aan de subsidiaire stellingen van eiseres tegen het terugkeerbesluit komt de rechtbank dan niet meer toe.
Inzake het beroep tegen het inreisverbod (AWB 23/1733):
8. Met de vernietiging van het terugkeerbesluit ontvalt de grondslag van het inreisverbod. Een inreisverbod kan namelijk alleen worden uitgevaardigd aan een vreemdeling tegen wie een terugkeerbesluit is uitgevaardigd (vergelijk de uitspraak van de ABRvS van 26 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX4830). Gelet daarop dient ook het inreisverbod te worden vernietigd. Aan de stellingen van eiseres tegen het inreisverbod komt de rechtbank dan niet meer toe.
Conclusie
9. Gelet op het voorgaande, komt het terugkeerbesluit voor vernietiging in aanmerking en volgt daarmee ook de vernietiging van het inreisverbod.
10. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.674,-- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 837,-- en een wegingsfactor 1). De rechtbank gaat hierbij uit van samenhangende zaken in de zin van het Bpb.
Dictum
Inzake het terugkeerbesluit (AWB 22/6805) en het inreisverbod (AWB 23/1733):
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het terugkeerbesluit en het inreisverbod;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.674,--.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van mr. H.J.J.M. Kock, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 juli 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Artikel 62, eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet (Vw)
Artikel 66a, tweede lid, van de Vw
artikel 66a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw juncto artikel 62 en artikel 62a van Vw