Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-09-01
ECLI:NL:RBDHA:2023:13045
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,419 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.14556
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres
(gemachtigde: mr. A.S. Sewman),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
(gemachtigde: mr. L. Rossingh).
Procesverloop
In het besluit van 1 september 2022 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres om toepassing van artikel 64 van de Vw afgewezen.
In het besluit van 18 april 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft het beroep op 10 juli 2023 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van verweerder. Eiseres en haar gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting.
Overwegingen
Inleiding
1. Eiseres stelt van Nigeriaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] .
2. Bij besluit van 16 april 2020 heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Het beroep tegen dit besluit heeft deze rechtbank, zittingsplaats Overijssel bij uitspraak van 15 november 2021 ongegrond verklaard. Deze uitspraak staat in rechte vast.
3. Op 1 juli 2022 heeft eiseres een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw ingediend. Bij de aanvraag heeft eiseres een medisch dossier van de GZA overgelegd.
Bestreden besluit
4. In het bestreden besluit heeft verweerder overwogen dat uit het bij de aanvraag overgelegde medische dossier van de GZA niet is gebleken dat eiseres niet naar Italië zou kunnen reizen. Evenmin is daarmee onderbouwd dat Nederland het meest aangewezen land is waar een eventuele behandeling zou moeten plaatsvinden. Daarbij heeft eiseres met deze stukken volgens verweerder niet aannemelijk gemaakt dat het uitgangspunt dat de medische voorzieningen vergelijkbaar worden verondersteld tussen de lidstaten, in haar geval niet opgaat.
Wat stelt eiseres in beroep?
5. Allereerst wenst eiseres de gronden in bezwaar als herhaald en ingelast te beschouwen. Eiseres heeft geen gebruik gemaakt van de hoorzitting omdat zij niet in staat is met een ieder te praten over haar psychische problematiek. Eiseres voert aan dat de aanvraag buiten behandeling had moeten worden gesteld als verweerder van mening is dat deze incompleet is en verwijst daartoe naar de Awb. Verder is het bestreden besluit gebrekkig gemotiveerd omdat daarin is verwezen naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Zwolle van 15 november 2021 waarin is geoordeeld dat ten aanzien van Italië mag worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiseres wijst op een tweetal uitspraken van de ABRvS van 26 april 2023 waarin is geoordeeld dat verweerder zich ten aanzien van Italië niet meer kan beroepen op het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
Oordeel van de rechtbank
6. De rechtbank ziet zich ambtshalve voor de vraag gesteld of eiseres nog belang heeft bij de beoordeling van haar beroep. Deze vraag beantwoordt de rechtbank ontkennend. Daartoe overweegt zij als volgt.
7. Ter zitting heeft de gemachtigde van verweerder aangegeven dat eiseres niet zal worden overgedragen aan Italië. Eiseres is in de nationale procedure opgenomen en verweerder zal inhoudelijk gaan beslissen op de asielaanvraag van eiseres.
8. De rechtbank stelt vast dat eiseres in afwachting van haar asielaanvraag rechtmatig verblijf geniet op grond van artikel 8, aanhef en onder f, van de Vw. Eiseres wordt niet met uitzetting bedreigd en heeft geen vertrekplicht meer. Bovendien zal, zoals verweerder ter zitting heeft bevestigd, met een nieuwe beslissing op de asielaanvraag van eiseres ambtshalve worden beoordeeld of artikel 64 van de Vw 2000 op haar van toepassing is. De rechtbank is daarom van oordeel dat eiseres geen belang heeft bij de beoordeling van het beroep tegen het bestreden besluit, zodat het beroep niet-ontvankelijk zal worden verklaard.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. van Wijk, griffier en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Vreemdelingenwet 2000
ECLI:NL:RBOVE:2021:4268
Gezondheidszorg Asielzoekers
Algemene wet bestuursrecht
ECLI:NL:RBOVE:2021:4268
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
ECLI:NL:RVS:2023:1654 en ECLI:NL:RVS:2023:1655