Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-08-25
ECLI:NL:RBDHA:2023:12782
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
840 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 23/9430
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam] , verzoeker,
geboren op [geboortedatum] ,
van Somalische nationaliteit,
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. L.J. Meijering),
en
het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa), verweerder 1,
alsmede
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder 2,
(gemachtigde: mr. N. Mikolajczyk).
Procesverloop
Bij besluit van 14 juli 2023 (het bestreden besluit 1) heeft verweerder 1 besloten om eiser op grond van artikel 10, eerste lid aanhef en onder h en i, en artikel 11, eerste lid, van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 te plaatsen in een Handhavings- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen (hierna: het plaatsingsbesluit).
Bij besluit van 14 juli 2023 (het bestreden besluit 2) heeft verweerder 2 aan eiser de maatregel van beperking van de vrijheid opgelegd, zoals bedoeld in artikel 56, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) (hierna: de vrijheidsbeperkende maatregel).
Verzoeker heeft op 10 augustus 2023 tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Verzoeker heeft verder op 23 augustus 2023 de voorzieningenrechter verzocht om hangende het beroep tegen de bestreden besluiten een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 25 augustus 2023 op zitting behandeld. Verzoeker en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerders hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Overwegingen
1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Uit wat is aangevoerd blijkt onvoldoende dat sprake is van spoedeisendheid. De gronden van beroep zien op de algemene situatie in de HTL en niet in de specifieke omstandigheden van verzoeker, zodat daarin geen spoedeisendheid in de situatie van verzoeker kan worden gevonden. In de gronden van het verzoek is met name ingegaan op de omstandigheden die leidden tot de plaatsing in een ROV kamer op 7 augustus en de leefomstandigheden daar. Ook daarin is geen spoedeisendheid gelegen, nu vaststaat dat verzoeker niet meer op de ROV kamer verblijft.
3. Voorts is ter zitting door de gemachtigde van verweerders verklaard dat zij verweerder 1 er van op de hoogte zal stellen dat verzoeker een arts wil raadplegen.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 25 augustus 2023 door mr. J.L. Boxum, rechter, in aanwezigheid van mr. V. Vegter, griffier.
de griffier de rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.