Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-08-10
ECLI:NL:RBDHA:2023:12724
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,097 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.22131
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser V-nummer: [V nummer]
(gemachtigde: mr. S. Akkas), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. S.H.F. Pols).
Procesverloop
Verweerder heeft op 1 november 2022 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd. Vervolgens heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het vooronderzoek op 8 augustus 2023 gesloten en bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.
Overwegingen
1. De rechtbank, deze zittingsplaats, heeft deze maatregel van bewaring al eerder getoetst. Uit de uitspraak van 27 juni 20231 volgt dat de maatregel van bewaring tot 21 juni 2023, het moment van het sluiten van het onderzoek op dat aan die uitspraak ten
grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode vanaf 21 juni 2023 van belang.
2. Eiser stelt dat er geen zicht is op zijn uitzetting naar Marokko. Deze beroepsgrond slaagt al niet vanwege de omstandigheid dat de Marokkaanse autoriteiten op 1 augustus 2023 een laissez passer (lp) ten behoeve van de uitzetting van eiser naar Marokko hebben
1. Zaaknummer NL23.17387, niet gepubliceerd.
afgegeven en verweerder in afwachting is van een vluchtakkoord voor eisers uitzetting.
3. Eiser stelt voorts dat verweerder zijn voorgenomen uitzetting onvoldoende voortvarend ter hand heeft genomen.
4. Ook deze beroepsgrond faalt. Op 29 juni 2023 heeft verweerder gerappelleerd bij de Marokkaanse autoriteiten. Verweerder heeft op 27 juli 2023 een vertrekgesprek met eiser gevoerd. Op 1 augustus 2023 hebben de Marokkaanse autoriteiten een lp ten behoeve van eiser afgegeven. Op 3 en 4 augustus 2023 heeft verweerder weer vertrekgesprekken met eiser gevoerd. Verweerder heeft hierna een vluchtaanvraag ingediend. De rechtbank acht één en ander voldoende voortvarend.
5. Eiser voert voorts aan dat de duur van de maatregel van bewaring hem zwaar valt en dat de belangenafweging in dit stadium in zijn voordeel dient uit te vallen.
6. Ook deze beroepsgrond slaagt niet. In haar genoemde uitspraak van 27 juni 2023 heeft de rechtbank geoordeeld dat aan het belang van verweerder bij voortduring van de maatregel meer gewicht toekomt dan aan het belang van eiser bij invrijheidsstelling. De enkele omstandigheid dat sindsdien ongeveer zes weken zijn verstreken, leidt er niet toe dat verweerder inmiddels tot een andere beoordeling had moeten komen.
7. Ook met inachtneming van de ambtshalve toetsing waartoe de rechtbank gehouden is, is er geen aanleiding voor het oordeel dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.
8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank:
verklaart het beroep ongegrond;
wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
N.J.R. Kalaykhan, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
10 augustus 2023
Documentcode: [Documentcode]
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.