Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-08-16
ECLI:NL:RBDHA:2023:12218
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
546 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.20010
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. V.L. van Wieringen),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris
(gemachtigde: mr. A.J. Rossingh).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek van verzoeker om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de staatssecretaris van 5 juli 2023. In dit besluit heeft de staatssecretaris de asielaanvraag van verzoeker afgewezen als kennelijk ongegrond.
1.1.
Bij verzoekschrift van 10 juli 2023 heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat hij de behandeling van het beroep in Nederland mag afwachten.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met het beroep (NL23.20009), op 27 juli 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, een tolk en de gemachtigde van de staatssecretaris.
Beoordeling
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL23.20009, heeft de rechtbank het beroep in de bodemzaak waarover dit verzoek om een voorlopige voorziening gaat ongegrond verklaard.
3. De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om een voorlopige voorziening af. Omdat de rechtbank het beroep ongegrond heeft verklaard, is namelijk geen voorlopige voorziening meer nodig.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.M. Schuiling, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.E.A. Ruiter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.