Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-06-12
ECLI:NL:RBDHA:2023:12118
Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,817 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: SGR 22/5817 en SGR 22/5276
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 juni 2023 in de zaken tussen
[eiseres], uit [woonplaats], eiseres
(gemachtigde: mr. T.A. van Helvoort),
en
de staatssecretaris van Defensie, verweerder
(gemachtigde: kapitein mr. J.C.A. Aarts).
Procesverloop
Bij besluit van 14 december 2021 (het primaire besluit 1) heeft verweerder eiseres geen opleidingsplaats aan de Leergang Algemeen Opsporingsambtenaar (LAO) toebedeeld.
Bij afzonderlijke besluiten van 14 december 2021 (de primaire besluiten 2, 3 en 4) heeft verweerder aan drie collega’s van eiseres een opleidingsplaats aan de LAO toebedeeld.
Tegen deze primaire besluiten heeft eiseres bezwaar gemaakt, alsmede tegen het ‘Scoringsformulier LAO 2022’ van 17 juli 2021.
Bij besluit van 19 juli 2022 (het bestreden besluit 1) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het scoringsformulier niet-ontvankelijk verklaard.
Bij besluit van 2 augustus 2022 (het bestreden besluit 2) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen de primaire besluiten 1 t/m 4 ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld.
Verweerder heeft in beide zaken een verweerschrift ingediend.
Bij brief van 16 maart 2023 heeft verweerder nadere stukken ingediend. Eiseres heeft hierop gereageerd bij brief van 17 maart 2023.
De rechtbank heeft de beroepen op de zitting van 28 maart 2023 via een videoverbinding behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, haar gemachtigde en de gemachtigde van verweerder, vergezeld door luitenant-kolonel [naam 1] en [naam 2].
Overwegingen
Waar gaan deze zaken over?
1. Eiseres heeft gesolliciteerd naar een opleidingsplaats bij de LAO.
Wat heeft verweerder besloten?
2. Verweerder heeft bij het bestreden besluit 1 het bezwaar van eiseres tegen het scoringsformulier, op basis waarvan haar functioneren is beoordeeld, niet-ontvankelijk verklaard, omdat het scoringsformulier volgens verweerder geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het formulier is immers niet gericht op rechtsgevolg.
2.1.
Verweerder heeft zich bij de primaire besluiten 1 t/m 4, gehandhaafd bij het bestreden besluit 2, op het standpunt gesteld dat eiseres op basis van haar eindscore niet in aanmerking komt voor een opleidingsplaats aan de LAO, omdat zij niet de meest geschikte kandidaat is. Om tot de LAO te worden toegelaten, wordt gebruik gemaakt van een rangschikkingslijst. Op basis van de capaciteitentest en het advies van de commandant wordt de plek op de rangschikkingslijst bepaald. Bij de cognitieve capaciteitentest scoorde eiseres ‘gemiddeld’. Daarnaast heeft zij een positief advies gekregen van de commandant met een score van 114 punten. Bij de overige primaire besluiten zijn aan drie van haar collega’s wel opleidingsplaatsen toebedeeld.
Wat vindt eiseres in beroep?
3. Eiseres voert aan dat haar bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard, omdat het scoreformulier, net als een beoordeling, wel een besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Op basis van dit scoreformulier is haar functioneren beoordeeld. Eiseres meent dat het scoreformulier het karakter van een beoordeling draagt.
3.1.
Eiseres voert verder aan dat zij ten onrechte niet is toegelaten tot de LAO. Het scoreformulier is niet op zorgvuldige wijze tot stand gekomen. Verder ontbreekt transparantie ten aanzien van de gegeven punten. Daarnaast is eiseres het niet eens met de toewijzingsbesluiten van drie collega’s, omdat zij niet aan de toelatingseisen voldeden. Volgens eiseres is sprake van een motiveringsgebrek en van willekeur.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
Heeft eiseres nog belang bij de beoordeling van haar beroep?
4. Verweerder heeft de vraag opgeworpen of eiseres nog procesbelang heeft bij het beroep tegen de bestreden besluiten, omdat eiseres bij besluit van 27 februari 2023 met ingang van 6 maart 2023 alsnog is geplaatst aan de LAO.
4.1.
Volgens eiseres is het procesbelang erin gelegen dat de LAO een bevordering oplevert. Als eiseres een jaar eerder in de LAO was geplaatst, was zij een jaar eerder bevorderd.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank ziet zich, gelet op de ontwikkelingen, zoals hiervoor onder rechtsoverweging 4. opgenomen, voor de vraag gesteld of eiseres (nog) procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroepen tegen de bestreden besluiten.
5.1.
Volgens vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter is sprake van (voldoende) procesbelang als het resultaat dat de indiener van het beroepschrift met het indienen van het beroep nastreeft, daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor de indiener feitelijke betekenis kan hebben.
5.2.
De rechtbank oordeelt dat eiseres belang heeft bij een inhoudelijk oordeel van de rechtbank. Niet is uitgesloten dat eiseres, als zij één jaar eerder was toegelaten tot de opleiding deze opleiding met goed gevolg had afgerond, waardoor zij mogelijk eerder zou zijn bevorderd.
Het bestreden besluit 1:
6. De rechtbank staat voor de vraag of verweerder het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
6.1.
Op grond van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb wordt onder besluit verstaan een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Met het begrip rechtshandeling wordt bedoeld een handeling die naar haar aard op rechtsgevolg is gericht. Op grond van artikel 8:1 van de Awb kan een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter. Artikel 7:1, eerste lid, van de Awb bepaalt dat degene aan wie het recht is toegekend tegen een besluit beroep bij de bestuursrechter in te stellen, alvorens beroep in te stellen, tegen dat besluit bezwaar dient te maken.
6.2.
De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat het advies van de commandant niet is gericht op een rechtsgevolg. Er is niet beoogd om een wijziging aan te brengen in de rechtspositie van eiseres. Met het advies van de commandant op zichzelf wordt iemand niet toe- of afgewezen voor de LAO. Het advies van de commandant (70%) is alleen samen met de uitslag van een capaciteitentest (30%) de basis voor de rangschikking van de kandidaten. Afhankelijk van het aantal beschikbare plaatsen worden de kandidaten met de hoogste score toegelaten. Pas dan volgt een toe- of afwijzingsbesluit. Het advies van de commandant is slechts een wegingsfactor in het selectieproces en leidt op zichzelf niet tot een bepaalde plaats op de ranglijst en in het verlengde hiervan tot een opleidingsplaats.
6.3.
De rechtbank volgt eiseres niet in haar betoog dat het scoringsformulier het karakter van een beoordeling draagt. Zoals verweerder heeft toegelicht heeft het advies van de commandant, in tegenstelling tot een beoordeling, geen zelfstandige werking buiten het selectieproces. Er is geen sprake van een beoordeling van het functioneren van eiseres die kan worden meegenomen bij andere rechtspositionele besluiten. De werking van het advies van de commandant is beperkt tot de voorbereiding van het besluit en is dan ook niet gelijk te stellen met een beoordeling. De jurisprudentie die eiseres aanhaalt, leidt niet tot een ander oordeel, omdat het scoringsformulier niet het karakter van een beoordeling draagt.
6.4.
Verweerder heeft het bezwaar van eiseres tegen het scoringsformulier daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Het bestreden besluit 2:
7. In het bestreden besluit 2 heeft verweerder de selectieprocedure voor de LAO en het gebruik van de rangschikkingslijst uitvoerig toegelicht. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd waarom eiseres niet tot de meest geschikte kandidaten behoort voor de LAO. In de niet onderbouwde stellingen van eiseres in beroep, die zijn aan te merken als een herhaling van wat in bezwaar is aangevoerd en waarop verweerder in het bestreden besluit is ingegaan, ziet de rechtbank geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen, nu zij niet heeft aangegeven wat aan de motivering in het bestreden besluit niet juist is.
7.1.
De rechtbank volgt eiseres niet in haar betoog dat haar eindscore niet op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen. Zoals door verweerder in het bestreden besluit 2 is toegelicht is door de teamleider van eiseres een concept ‘scoringsformulier LAO 2022’ opgemaakt. Dit concept is met eiseres besproken. Op 17 juli 2021 is het definitieve ‘scoringsformulier LAO 2022’ door de commandant vastgesteld en ondertekend, met een score van 114 punten. Dat de score op het definitieve scoringsformulier naderhand naar beneden is bijgesteld, heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt of onderbouwd. Verweerder heeft eiseres daarom niet in haar vermoeden dat haar score naar beneden is bijgesteld hoeven volgen. Aan het door eiseres overgelegde scoringsformulier LAO 2022 van
13 januari 2022 heeft verweerder niet de waarde hoeven toekennen die eiseres eraan wil hechten.
Dictum
De rechtbank verklaart beide beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.L. van der Waals, rechter, in aanwezigheid van mr.J.R. van Veen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 12 juni 2023.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Centrale Raad van Beroep, uitspraak van 28 maart 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:995.