Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-07-20
ECLI:NL:RBDHA:2023:12022
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,277 tokens
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.18873
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
V-nummer: [V nummer]
(gemachtigde: mr. H.T. Gerbrandy), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. R.P.G. van Bel).
Procesverloop
Bij besluit van 22 juni 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep, samen met de zaak NL23.18874, op 18 juli 2023 op zitting behandeld. Eiser is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Overwegingen
1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. De rechtbank beantwoordt allereerst de vraag of eiser procesbelang heeft bij het beroep. Uit het dossier volgt dat eiser volgens meldingen van het COA op of omstreeks 7 april 2023 met onbekende bestemming is vertrokken.
zaaknummer: NL23.18873
2
3. Uit vaste rechtspraak volgt dat, als de vreemdeling met onbekende bestemming vertrekt zonder aan de staatssecretaris te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel van dient te worden uitgegaan dat hij kennelijk geen prijs meer stelt op de door hem gezochte bescherming in Nederland.1 Dit is slechts anders als een vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijsstelt op deze bescherming. Dit houdt in dat de gemachtigde weet dat een vreemdeling nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en met de vreemdeling contact heeft over de verdere voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt.
4. Op 24 mei 2023 heeft verweerder in het voornemen vermeld dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. Op 16 juni 2023 heeft de gemachtigde van eiser zijn zienswijze ingediend, waarin niet wordt ingegaan op dit punt. In het bestreden besluit heeft verweerder herhaald dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. In de gronden van beroep van 6 juli 2023 is de gemachtigde van eiser nogmaals niet op dit punt ingegaan. Op 14 juli 2023 heeft de gemachtigde van eiser laten weten dat zij niet ter zitting aanwezig zullen zijn. In deze mededeling is niet aangegeven dat eiser nog contact heeft met zijn gemachtigde en ook niet dat hij nog prijsstelt op deze bescherming. Gezien de hiervoor genoemde omstandigheden neemt de rechtbank aan dat eiser geen contact heeft met een gemachtigde en geen prijs meer stelt op een beslissing op zijn beroep op bescherming in Nederland. Eiser heeft daarom geen rechtens te beschermen belang bij een beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit.
5. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
7. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 juli 2023 door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier.
1 Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579.
zaaknummer: NL23.18873
3
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
20 juli 2023
Documentcode: [Documentcode]
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.