Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-08-04
ECLI:NL:RBDHA:2023:11911
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
681 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.17332
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. P.J.M. Bongaarts),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).
Procesverloop
Bij besluit van 13 juni 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 3 augustus 2023 op zitting te Breda behandeld. Eiser is, met bericht vooraf, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Overwegingen
1. Niet in geschil is dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser. Hij heeft namelijk eerder in Duitsland asiel gevraagd en sindsdien heeft hij de Europese Unie niet verlaten. In geschil is of verweerder in redelijkheid het standpunt heeft kunnen innemen om de asielaanvraag van eiser niet onverplicht in behandeling te nemen op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening.
2. Eiser voert aan dat hij in Duitsland veel problemen heeft ervaren, dat de Duitse taal moeilijk is en het levensonderhoud duur. Verweerder heeft deze omstandigheden niet hoeven aanmerken als bijzondere individuele omstandigheden die maken dat de voorgenomen overdracht getuigt van onevenredige hardheid. Deze beroepsgronden van eiser treffen geen doel. De kwestie dat eiser wil terugkeren naar Marokko, kan eiser met verweerder afstemmen.
3. Het beroep is ongegrond.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 3 augustus 2023 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
Verordening (EU) nr. 604/2013.